Mostrando entradas con la etiqueta citaten. Mostrar todas las entradas
Mostrando entradas con la etiqueta citaten. Mostrar todas las entradas

martes, abril 03, 2007

51. Schrijven is vet cool


Had wat hem betreft de titel mogen zijn van de interviewbundel Conversations With Don DeLillo (University Press of Mississippi.) Met name zijn eerste interview met een speciaal naar Griekenland afgereisde Tom LeClair uit 1982 (toen DeLillo al zes boeken had geschreven) zal hij menigmaal herlezen, gebruiken als een soort influistering van moed mocht hij de weg kwijt raken. Alles wat je nodig hebt als schrijver is er in terug te vinden. Meer is niet nodig, ketent je, vervreemd je.

“I think after a while a writer can begin to know himself through his language. He sees someone or something reflected back at him from these constructions. Over the years it’s possible for a writer to shape himself as a human being through the language he uses. I think written language, fiction, goes that deep.”

“Wittgenstein is the language of outer space, a very precise race of people.”

Een mooie uit een later interview:
“But when I think of my work out in the world, written and published, I like to imagine it’s being read by some stranger somewhere who doesn’t have anyone around him to talk to about books and writing—maybe a would-be writer, maybe a little lonely, who depends on a certain kind of writing to make him feel more comfortable in the world.”

En heel veel heel precieze observaties over zijn boeken waardoor hij zin krijgt om ze allemaal met hernieuwde blik te herlezen. In 1988 over Libra:
“It seems to me, finally, that what this book is about is history and dreams. Dreams meaning all those forces in our lives that are outside history.”

martes, agosto 01, 2006

26. Vinden wat je al bezit, zonder dat je het wist

Een vreemde gewaarwording: via Google er achter komen dat je iets bezit waar je op dat moment heel erg behoefte aan hebt. Zo vindt hij een interview met Avital Ronell in een boek dat hij al veertien jaar in bezit heeft, namelijk Angry Women van Re/Search. Hij moet destijds delen van het interview hebben gelezen, of beter gezien zonder ze echt lezen, woorden die niet aankomen, waar geen context voor aanwezig was. Die Re/Search had hij voornamelijk aangeschaft voor het interview met Diamanda Galas waar hij erg door was gefascineerd. Haar daemonische kunst, haar obsessie met ziekte en geweld, met Baudelaire, Pasolini, Coltrane zal hij nooit afvallen, is een noodzakelijke tegenhanger van Ronells sublieme versie van het deconstructivisme waar hij tegenwoordig veel meer sympathie voor voelt.

Een paar mooie citaten:

“That’s why the High-Rising of Illiteracy is a very political problem in America. People are no longer reading, no longer speaking, no longer existing in and as language, no longer enjoying the perversion that an adherence to language always promotes. They’re not being liberated into linguistic spaces that really do produce effects of self-transformation.”

“Language always has a random element, a secret track or rebellious provocation. Language is not beholden to traditional truth value. The fact that there’s a growing desire for illiteracy is also part of a general libidinal political shutdown. And this is never mentioned (to my knowledge): the fact that the 60s was also a reading period with a reading list – actually, a number of (and a proliferation of) reading lists.”

“…I argued that these are co-related; that there can’t be a War on Drugs without a War on Art and in fact a War on every conceivable type of fictional desire –”
Andrea Juno: “A war on dreams, a war on the imagination–”
“—on the productivity of the unconscious. I would say America’s waging a War on the Unconscious…be it South America, or whatever.”

Het soort denker waardoor er misschien nog hoop voor Amerika is. Of moet dat een vraagteken zijn? Angry Women is alweer uit 1991, is misschien de laatste stuiptrekking van een Amerikaanse tegencultuur die worstelt met de eerste oprispingen van neoconservatisme, de eerste Golfoorlog. Maar die perversie van taal, Morrisons fascinatie met het Living Theater, Tim Buckley’s transformatie tot Stem, Pynchon, Dick, Disch, Bangs, DeLillo…het tegenovergestelde van een angst voor het woord, wat is daar mee gebeurd? Woorden zat op internet…maar welk gewicht, welke mate van zelftransformatie bezitten ze nog?

Zonder twijfel zijn hier allerlei structurele, psychologische, esthetische veranderingen mee verbonden. Toevallig leest hij net Samuel Delanys ‘The Tale of Plagues and Carnivals’, een melancholisch en grimmig mengsel van fantasy/rapportage over de begindagen van AIDS in New York en een van de indrukken die het achterlaat is dat een essentieel deel van de creatieve klasse in Amerika in die begindagen al is weggevaagd, een hedonistische/intellectuele energie is verdwenen die een brug had moeten vormen tussen de jaren zestig en de 21ste eeuw.