
Dat hij nooit echt is gestraft is jammer, zoals de miraculeuze mislukking van de aanslag van 1986 pijnlijk was. Maar er valt genoeg te vieren. Zijn erfenis ligt in duigen. De naam Pinochet is synoniem geworden voor een bepaald soort kwaadaardigheid, de misselijkmakende neoliberale mythe van “hij was zo goed voor de economie” is inmiddels ontkracht, Zuid-Amerika is linkser dan ooit en Chile lijkt een stabiel land geworden dat het verleden oprecht in de ogen probeert te zien. In die zin was het een moment om te koesteren dat een van zijn slachtoffers, een vrouw nog wel, hem postuum kleineerde door een staatsbegrafenis of nationale rouwdagen te weigeren. Het is een indirect licht van gerechtigheid dat de schaduw van Pinochet definitief wegjaagt.
(Alhoewel er natuurlijk wel wat valt te zeggen voor de actie van Francisco Prats, kleinzoon van de in 1974 vermoorde ex-generaal Carlos Prats, die geduldig in de rij is gaan staan om op de kist van Pinochet te spugen.)







