Mostrando entradas con la etiqueta Real Madrid. Mostrar todas las entradas
Mostrando entradas con la etiqueta Real Madrid. Mostrar todas las entradas

lunes, mayo 05, 2008

94. Twee op rij



"Que nadie lo olvide: el uniforme es blanco para llenarlo de barro y de sangre."

Mooi gesproken Juanma Trueba vanochtend in AS (snelle vertaling: "Dat niemand het vergeet: het tenue is wit om het te vullen met modder en bloed"...al moet je bedenken dat barro een ander soort modder is dan we in Noord-Europa gewend zijn, het is altijd lichtbruin, zandkleurig, te vinden op kurkdroge grond aan de rand van een plas. Aan de andere kant, tot in de 20ste eeuw, materiaal waar huizen mee werden gebouwd.) Gisteren letterlijk, Gabriel Heinze wiens hand op het laatst maar bleef bloeden en als een gewonde soldaat op het veld knielde. Gisteren weer een van die vreemde metamorfoses: een uur lang een strontverveldende wedstrijd (niet toevallig het uur dan Raúl op het veld stond?), tegen regionalistische fanaten die als ze nou eens het hele seizoen zo hun best deden niet zouden degraderen, onder leiding van de slechtste scheidsrechter van Spanje, een helft verder met 10 man, regenval als in de beslissende fase van De Zeven Samoerai, 8 minuten voor tijd 1-0 achter door een idiote penalty en dan toch de wedstrijd winnen dankzij een speler, Higuaín, die gisteren als er zoiets als gerechtigheid bestaat, Raúl heeft gepensioneerd. Esthetiek altijd, maar met vechtlust, Kopa en Di Stefano, Netzer en Camacho, Michél en Gordillo.

Postscriptum (donderdag 8 mei)



Waarom het belangrijk was om zondag kampioen te worden? Zodat woensdag de aartsrivaal voorafgaand aan de wedstrijd de traditionele pasillo (erehaag) aan de kampioen kon geven. Enigszins gehypet in de Spaanse sportmedia als mogelijke vernedering maar die vond daarna pas plaats toen Barça met 4-1 werd opgerold (en dat was genadig). De pasillo zelf was intrigerend, het was eigenlijk in een flits voorbij maar vol prachtige details: Rijkaard die als eerste erbij ging staan, een aantal spelers van Real die het vernederende potentieel annuleerde door hun collega's van Barça een hand te geven en Heinze die stug recht doorliep om het ritueel correct te voltooien. Zo en nu weer een paar maanden gewone nachtrust. Stom voetbal!

miércoles, abril 16, 2008

93. De Tiran van Bernabéu

Nu het kampioenschap ons (gesproken als lid van de Koninklijke familie) welhaast niet meer kan ontsnappen is het tijd om de blik te richten op de speler ondanks wiens continue aanwezigheid Real Madrid kampioen zal worden. El Gran Capitán, El Mito: Raúl González Blanco. Het verhaal van Raúl dit seizoen heeft hem vaak doen denken aan Hans Christian Andersens essentiële sprookje De Nieuwe Kleren van de Keizer. Raúl heeft de Spaanse sportmedia ooit voor zich gewonnen, die hem inmiddels in een schoolvoorbeeld van propaganda hebben gekroond tot recordbreker, mythe tijdens de actieve loopbaan. Eén iemand heeft het gedurfd de rol van het jongetje te spelen die zegt dat de keizer geen kleren draagt en dat is ironisch genoeg de oude vos Luis Aragonés die al bijna twee jaar koppig weigert om Raúl te selecteren voor het nationale elftal. Dat heeft hij geweten. Elk interview de vraag “waarom speelt Raúl niet in het nationale elftal?”, elke dag in de Madrileense sportpers de vraag aan willekeurige trainers en spelers “wat vind je van Raúl?”, steevast diplomatisch, zo je wilt leugenachtig, beantwoord met “een grootheid/legende, ik zou hem altijd selecteren.” Om gek van te worden, niet alleen voor Aragonés maar ook voor de Real Madrid fan die week in week uit kon zien dat Raúl te langzaam en te houterig is geworden voor het niveau dat Real Madrid nastreeft.

Maar Raúl begon voor het eerst in vier seizoenen weer regelmatig te scoren en de propaganda werd ondragelijk. Het waren meestal intikkertjes die door zijn collega’s werden geschonken om de aanvoerder ook wat plezier te gunnen maar opeens werden ze op rabiate wijze gevierd, individueel en met irritante “op de naam wijs” gebaartjes. Genoeg cynici en criticasters onder het publiek die begon te wijzen op manier waarop Raúl op ballen bleef rennen die hij toch niet kon halen (om te tonen hoe hard hij wel werkt) of elk dood spelmoment gebruikt om als inspirator zijn medespelers of publiek te bedienen op een hartverwarmend applaus. Hij wordt zelden gewisseld, hoeft bijna nooit op de bank te beginnen en dat nadat Bernd Schuster, vorig jaar nog als trainer van Getafe, in een praatprogramma Raúl vriendelijk had geadviseerd een club in het buitenland te zoeken. Het vermoeden bestaat daardoor dat iedereen binnen de club naar de pijpen van Raúl moet dansen. Tot overmaat van ramp kreeg hij begin dit jaar een contract aangeboden om tot het einde van zijn carrière bij Real te mogen spelen waar zelfs iconen als Di Stefano en Butragueño in de nadagen van hun loopbaan naar een andere club vertrokken. Kortom, sinds de Amerikaanse propaganda over de oorlog in Irak is er niet meer zo’n verschil geweest tussen realiteit en fantasie. Fascinerend maar ook beledigend omdat zelfs als kritisch individu van je verwacht wordt dat je in sprookjes gelooft.



Maar waarom Raúl? En waar is het mis gegaan? Hoe heeft hij meer dan iemand anders er voor gezorgd dat het woord cáncer in het Spaans is inburgert voorbij de naam van een dodelijke ziekte? Nu is hij zelf nooit echt idolaat geweest van Raúl. Zijn favorieten zijn in die periode spelers als Redondo, Savio, Zidane, Helguera of Solari geweest. Maar het ontegenzeggelijk waar dat Raúl in zijn eerste seizoenen zoiets als een fenomeen was. Voor jonge voetballiefhebbers moet het haast ondenkbaar zijn dat de trage balletjesafwachter van nu ooit fabelachtige doelpunten scoorde, pure fantasie, nooit eerder bedachte lobjes met de buitenkant voet. En ergens heeft die fantasie, noem het jeugdig enthousiasme, plaats moeten maken voor realisme. Wanneer? Toen hij na het gedwongen vertrek van Hierro aanvoerder werd? Dat was waarschijnlijk de laatste stap naar het realisme. De neergang begon eigenlijk op Euro2000 toen Raúl na een bizar lang seizoen (waar Real de achtste Europacup I won) in de kwartfinale tegen Frankrijk compleet moegestreden als enige de verantwoordelijkheid nam om de penalty in te schieten die Spanje in de laatste minuut naast Frankrijk zou brengen. Hij schoot hem op de kruising en die combinatie van teleurstelling en slechte verwerkte vermoeidheid zorgde voor een moeizaam seizoen 2000-2001 waar Real toch kampioen zou worden dankzij het elan van Figo.

Daarna kwam Zidane en werd de Galacticos filosofie van Florentino geïmplementeerd. Met als resultaat dat Raúl, niet verkerend in de vorm van zijn leven, werd gebombardeerd tot de Spaanse Galactico. Een titel die hem dwong boven zijn stand te leven, zeker in vergelijking met Figo en Zidane. Daar is het realisme begonnen, hij moest hard werken om zich te kunnen permitteren in dezelfde adem te worden genoemd als beide en hij kreeg zowaar een duwtje in de rug want Zidane moest altijd uit positie spelen zodat Raúl een rendabele plek in het elftal kon behouden. Dat seizoen, met name in de Champions League, was het laatste hoogtepunt in de carrière van Raúl, de prachtige veldslag tegen Bayern in de kwartfinale, de galavoorstelling in Bronx Nou om te eindigen in Glasgow waar hij de openingstreffer op uitermate slimme manier scoorde (snel de diepte in en de bal precies langs Butt schuiven die op het verkeerde been staat.) Het juichen daarna is misschien zijn favoriete moment van Raúl, er spreekt een plezier in voetbal uit, het is alsof hij even is veranderd in een kind die droomt van scoren in een finale.

Het is de komst van broodspeler/lopende reclamezuil Ronaldo waardoor het gewicht van de Galacticos hem lijkt te verpletteren. Zijn haar wordt langer en met een baard krijgt hij een soort Christus van Madrid imago, drager van het kruis en zonde van de hoogmoed. Hij moet net als de rest van het elftal in dienst spelen van een speler die geen verdedigende arbeid hoeft te verrichten, die de goals moet maken die hij vroeger scoorde. Hij wordt een overlever en overleven doet hij. Michael Owen wordt gebracht en de bank lonkt. Maar in de chaos die de neergang van het imperium van de Galacticos teweegbrengt weet hij als kind van het huis een uitweg te vinden. Hij wordt aanvoerder, Owen krijgt weinig speelminuten en verdwijnt na een seizoen naar Engeland. Eén voor één volgen de andere Galacticos en hij blijft over. Een autoriteit die niet meer bekritiseert mag worden. Waar voetballers met toekomst als Sneijder, Higuaín, Baptista voor uit positie moeten spelen.

Raúl spreekt weinig voorbij de platitudes die een aanvoerder van Real Madrid dient te bezigen dus het is onmogelijk te weten te komen wat hij zelf van de situatie vindt. Is hij cynisch? Kwaadaardig? Of is hij een Quijote? In de wedstrijd tegen Murcia werd zichtbaar dat hij naarstig op jacht is naar eigen glorie en, misschien erger, bepaalde spelers die twijfelen aan zijn macht, Robben als brutaalste, overduidelijk weigert de bal toe te spelen (of net te laat.) Hij is verworden tot een tiran, omringd door bange trawanten die hopen dat hij neervalt voordat ze zelf moeten verdwijnen, terwijl hij zelfs steeds slechter zijn imago van verlicht heerser kan ophouden. Real Madrid kan met hem kampioen worden (een zwaar onderschatte prestatie) maar zal voorlopig niet tot echt grote daden in staat zijn. En toch, in december in Bronx Nou hoe slecht Raúl ook speelde opeens realiseerde hij zich dat hij niet gewisseld kon worden, dat zonder hem iets van een ziel uit het elftal zou verdwijnen. Een laatste angst, want die ziel wordt vanzelf vervangen, als de opening maar bestaat.

martes, marzo 04, 2008

88. El Buitre



Vanzelfsprekend is de combinatie opera en voetbal gevaarlijk, want de pathetiek, extra zwaar bij gevallen cultuurgoed, ligt op de loer. Het doet denken aan die verschrikkelijke muzikale tussenstukjes waarmee de NOS sinds jaren de voorbeschouwingen van live voetbal mee “opleukt” (want anders zouden mensen zich nog eens kunnen gaan vervelen.) En toch werkt dit fragment Witte Schoonheid briljant in combinatie met Puccini. Dat heeft allereerst met de elegantie van het voetbal te maken, de achteloze passes, de fantasie en aan de andere kant natuurlijk met nostalgie. Voetballers die niet meer voetballen (of zoals Juanito een Spaanse dood zijn gestorven), voetbal dat niet meer zo gespeeld wordt, een meer afstandelijke beleving van het voetbal sinds die spannende avonden in de jaren tachtig. Prachtige details ook, Juanito die direct door heeft dat er iets monumentaals heeft plaatsgevonden en Butragueño op de schouders neemt, de verdedigers van Cádiz die hem vervolgens feliciteren (een heel Spaans gebaar dat.)

martes, febrero 19, 2008

85. Real Madrid – Ajax 1973

Een oefening in demystificatie. Misschien onbewust opgezocht in deze tijden van verwarring bij Ajax, waar de worsteling met het verleden alweer naar de oppervlakte komt dankzij het rapport Coronel. Halve finale van de Europacup I seizoen 1972/1973 waarin de bekerhouder Ajax eerst thuis speelde en het redelijk moeilijk had met Real Madrid maar toch won met 2-1. Door de late tegengoal van Pirri een lastige uitslag omdat Real in Bernabéu genoeg zou hebben aan een 1-0 overwinning.

Dit is de wedstrijd die vaak wordt aangehaald als voorbeeld van de superioriteit van Ajax in hun gouden jaren. Zo gezien valt de realiteit in zijn droge 90 minuten niet mee. Ajax (in mooi compleet rood tenue met witte details van Le Coq Sportif) oogt verveeld, met name in de eerste helft wachten ze af en spelen eigenlijk met vuur. Of is dat gespeeld? Real dringt wel aan maar kan geen echte vuist maken en wat het meeste opvalt is dat er twee verschillende typen voetballer tegenover elkaar staan. Ajax is fysiek al superieur, de spelers zijn langer en vooral sneller, een snelheid waarmee defensief bijna alle problemen worden opgelost (en anders zijn er wel tweebenige tackles van Blankenburg of Neeskens.) Ten tweede valt op hoe slecht Cruijff speelt. Ongeconcentreerd, struikelend, weinig oog voor Rep die keer op keer vrij staat.

Aan het begin van de tweede helft scoort Ajax op een manier die typisch is voor de wedstrijd. Gerrie Mühren schiet van buiten het strafschopgebied en de bal wordt nog door een verdediger geraakt waardoor keeper Remon kansloos is. De wedstrijd is dan ook over, want Real Madrid heeft duidelijk niet de fysieke mogelijkheden om Ajax op te jagen dat heel geduldig de bal rond tikt om bij aanvallen van de tegenstander uit het niets de buitenspelval keer op keer in te zetten (wat een keer gigantisch mislukt met bijna fatale gevolgen.)


Snel na het doelpunt volgt het moment waardoor deze wedstrijd nooit is vergeten. In Nederland, want een beetje zoals de status van de Tachtigjarige Oorlog in Spanje valt het de Spaanse televisiecommentator, midden in een argument over hoe Real de wedstrijd moet gaan keren, niet eens op (herhalingen zijn dan nog alleen bestemd voor doelpunten en hele grote kansen.) Ajaxfans zien het vaak als het summum van de Ajax superioriteit, ook al heeft Mühren, zelf fan van Real, later ontkend dat het iets met vernedering te maken had. Net over de middenlijn wordt de bal door Suurbier met een fraaie boog breed gekruld naar Gerrie Mühren die compleet vrijstaand de bal in een keer op de voet neemt, hem nog vier keer hooghoudt en vervolgens op de voet compleet stillegt en naar het gras brengt, om de aanval te vervolgen. Een prachtig maar ook, in de zee van negentig minuten, plotseling klein moment.

Rep mist nog een ontzettende grote kans (toekomstvisioen van München) en Ajax speelt de rest van de wedstrijd uit zoals ze dat inmiddels gewoon waren, de bal rond tikken terwijl de tegenstander gelaten moet toezien. Wanneer de wedstrijd is afgelopen klappen de spelers voor het publiek en Bernabéu applaudisseert voor Ajax, heel beleefd. Daarna is er nog de finale in Belgrado die zoals we allemaal weten routineus door Ajax wordt gewonnen en een tijdperk mee wordt afgesloten. Voor Real Madrid breekt een overgangsfase aan, binnen enkele maanden mogen er na een jarenlange stop weer buitenlandse spelers in de Spaanse competitie spelen. De transfer van Cruijff zal mislukken en Netzer wordt gehaald, de generatie Santillana – Del Bosque – Camacho zal doorbreken en nadat het schokeffect Cruijff voorbij is domineert de club in Spanje de jaren zeventig.

Ten slotte de vraag die hem vaak wordt gesteld: als Real Madrid tegen Ajax speelt, voor wie ben je dan? Antwoord: Ajax. Want als Ajax tegen Real Madrid moet spelen is het op de top van zijn kunnen en bezig met iets speciaals. Real Madrid doet altijd wel mee met de grote jongens dus dan gun je Ajax zijn momenten. Zoals de zaken er nu voorstaan gaat het nog heel lang duren voordat beide elkaar weer tegenkomen

domingo, diciembre 23, 2007

78. Witte Kerst



Barcelona - Real Madrid 0-1

(en dat zonder al te veel moeite.)

Na twee dagen is het tijd om de gedachten te verzamelen die onrustig bleven dwarrelen maar eindelijk zijn neergedaald. En dan te bedenken dat hij bijna de wedstrijd niet wilde kijken omdat hij van het gebruikelijke scenario uitging: snel doelpunt van Barça na onoplettendheid van de verdediging, einduitslag 3-0. Iemand omschreef het al als “Victoria en Mordor” en uit dezelfde referentie zou ik graag willen citeren, “I come back to you now, at the turn of the tide”, want dat heeft zondag natuurlijk definitief plaatsgevonden. Real Madrid heeft weer het heft in handen, staat op de rails, is zelfverzekerd en boezemt angst in. Barcelona heeft op bizarre wijze het initiatief verloren door de Galacticos decadentie van Florentino te kopiëren. Nu wordt duidelijk dat de spoedtransfer van Henry na het kampioenschap van Real meer problemen veroorzaakt of beter afschermt dan oplost. Het enige wat steekt aan zondag is dat ze de superioriteit niet hebben omgezet in een vernederende 0-3 of 0-4 terwijl daar wel de mogelijkheden voor waren.

Schuster heeft redelijk snel een formule gevonden voor een elftal dat werkt, zelfs met een aanvoerder die per decreet (slecht) speelt. Aan de andere kant viel hem zondag de paradox op dat Raul ook niet gewisseld kon worden omdat er een soort ziel uit het elftal zou verdwijnen. De basis is natuurlijk gelegd met de verdediging. Ramos en Heinze op de vleugels maar vooral met het duo Cannavaro – Pepe in het centrum. Pepe zal de komende zeven jaar heersen en zich ontwikkelen tot een van de beste centrale verdedigers uit de geschiedenis van de club. Technisch, geconcentreerd, fanatisch en met intrigerend anticipatievermogen. Het elftal voelt sterk en heeft al traditioneel lastige uitwedstrijden (Bilbao, Valencia, Barcelona) gewonnen zodat lachend aan de tweede helft van het seizoen kan worden begonnen. Tijd om ook de Vloek van Riazor eens te neutraliseren.

En Barça? Zelfs de valsspelende Smurf had hun zondag niet kunnen redden. Natuurlijk is er Messidependencia, die de afgelopen maanden veel heeft gemaskeerd. Ronaldinho speelde zondag niet eens zo slecht en krijgt nu in Cataluña massaal de zwarte piet toegespeeld. Hij zal dus deze zomer verkocht worden voor een bodemprijs (ook al zal het marketingtechnisch een flinke aderlating zijn.) Deco is de volgende want die speelde zondag als een spook. Maar eigenlijk is voor Barça het probleem dat twee pilaren van eigen bodem (zo essentieel voor het instandhouden van de nationalistische mythe) Xavi en Puyol niet redeneren. Zondag werd vooral duidelijk dat de beste jaren van Puyol achter hem liggen. Ook hij is een aanvoerder die minstens nog drie jaar per decreet zal blijven spelen, maar zijn verbanning naar de rechtervleugel spreekt al boekdelen. Kortom, veel hoofdbrekens in Camp Nou, een hele opluchting omdat dit nog maar drie jaar geleden onoverbrugbaar leek.

jueves, septiembre 06, 2007

67. Zidane: Un Portrait Du 21e Siècle



Fascinerende film natuurlijk. Over de lengte van een voetbalwedstrijd de beste voetballer van de laatste vijftien jaar volgen, Warhol had het niet beter kunnen bedenken (al is Zidane veel beter gefilmd dan het Warhol oeuvre.) Een film die je op het witte doek moet zien om volledig opgezogen te worden in het spel van geluid en eenzaamheid. Die bizarre eenzaamheid van Zidane, omringd door 21 andere voetballers, een blinde scheidsrechter (de penalty die Villarreal in de eerste helft krijgt is een grap zoals alleen Spaanse scheidsrechters die kunnen verzinnen) en 80.000 toeschouwers. Hij lijkt een lange tijd verward, zoekende, de bal komt niet zijn kant uit, zijn gezicht vertrekt af en toe alsof hij zich afvraagt wat hij hier ook alweer doet. Heel zachtjes mompelt hij soms “hey, hey”, “aquí, aquí”, meer om zichzelf te overtuigen van zijn bestaan dan om de aandacht van een teamgenoot te trekken. Dan lijkt de wat pretentieuze titel zowaar te kloppen, al vergissen ze zich een eeuw, dan is Zizou een soort Zinedine Sisyphe, een reïncarnatie van die andere grootse Algerijnse existentialist met een voorliefde voor voetbal. Kortom, je kan de hele “moderne man verdwaald” interpretatie er zo op los laten.



Voetbal wordt, nu je over de schouder meekijkt in plaats vanaf de tribune/bank, opeens een vreugdeloos spel. Voor Zidane lijkt het meer een strategische denksport met een belangrijke rol voor de blik en geduld dan iets lichamelijks. Even klinkt op de soundtrack het geluid van voetballende kinderen maar ze lijken een totaal ander spel te spelen. Wanneer hij daadwerkelijk de bal beroert zijn het flitsen, zo snel als de beweging van een samoerai. Korte ingrepen in een traject van de bal. Pas tegen het einde schudt hij zijn zware gemoed van zich af, kan hij even dollen met Roberto Carlos, dwingt hij als een ware empereur de bal compleet tot stilstand door er op te staan, maar die moet blijven rollen daar kan hij zelfs niets aan doen. Dan moet je je afvragen of Zidane een briljante acteur is, die eindelijk bewust wordt van de camera en de climax ensceneert waarbij hij een rode kaart krijgt (in een opstootje lijkt hij een tegenstander een klap te geven, het gaat te snel om te verifiëren.) Totaal onverwacht als je hem daarvoor een hele wedstrijd kalm, emotieloos ziet rondlopen, minder onverwacht gezien zijn rode kaart voor gelijksoortige vergrijpen waarmee hij natuurlijk ook zijn eigen carrière op grootse en tragische wijze beëindigde.

Overigens ook een interessante film voor de Real Madrid watcher. Aan de marges van Zidane’s presentie word je een blik gegund op de terminale fase van de galacticos decadentie. Gisteren overviel hem na de film een gevoel van opluchting: dat nefaste tijdperk is voorbij.

lunes, septiembre 03, 2007

66. Het Moderne Voetbal



Gisteren in de Arena hing een curieus spandoek met de slogan Tegen Het Moderne Voetbal. Hij werd er tijdens de niet bijster goede wedstrijd erg door afgeleid. Wat is er mis met het moderne voetbal? Wat is modern voetbal eigenlijk? En wat betekende dat symbool van die leren knikker naast de tekst? Afijn, uiteindelijk zegt het meer over de gemoedstoestand van de gemiddelde Ajaxfan, een wildersiaanse cocktail van ressentiment, frustratie, ongeduld en foute romantiek. Maar het modernistische voetbal? Dat was gisteren te zien bij Villarreal - Real Madrid (0-5) waar de weergaloze combi Guti - Sneijder een heel elftal in beweging danste. De mooiste wedstrijd die hij in tijden heeft gezien.

miércoles, agosto 22, 2007

63. Real Madrid 2007-2008


Met het gevaar dat het nog geen 31 augustus is en dus na de derby tegen Los Indios met een negatief resultaat nog genoeg tijd en blijkbaar geld is voor paniekaankopen (edit: en zo geschiedde voordat zaterdag was aangebroken :), denkt hij dat dit een goede mix is van solide scheenbeenterroristen en esthetici om een vierde plaats te bewerkstelligen achter Barça, Sevilla en Valencia, waarna volgend seizoen een ingespeelde machine glorieus kampioen wordt:

......................................Casillas.........................................

Cicinho Ramos...........Metzelder..............Pepe..............Heinze............

.............................Gago.............Diarra................................

........................................Guti...........................................

......................................Sneijder.........................................

.............................Higuaín..........Van Nistelrooij........................



(en wat een fijne bank met Robinho, Robben, Drenthe, Baptista, Saviola en Cannavaro...Raul ergens vastgebonden aan een paal buiten het stadion.)

Laatste opmerking: lelijk thuisshirt. Zeer geslaagd uittenue.

domingo, junio 17, 2007

58. De Comeback en de tranen van Casillas

En dan is het nu tijd voor een Spaans avant-gardistisch gedicht:

Catalufos, cabrones.
Saluda a los campeones!



Uit totaal verloren positie, verloren in een doolhof van dramatisch voetbal toch op de laatste speeldag kampioen worden. Met misschien geen briljant voetbal (zelfs vandaag tegen Mallorca was het een uur lang om te grienen zo slecht), maar wilskracht van een elftal heeft ook iets moois. Al mist hij het aristocratische voetbal van Real Madrid onder leiding van Redondo circa 2000, lange aanvallen vol kleine combinaties, hakjes, lobjes waarbij het scoren tot bijzaak werd gemaakt.

Waarom is dit gebeurd? Allereerst werd in januari de tumor Ronaldo verwijderd uit Madrid, met zijn verwende desinteresse heeft hij jarenlang Real zitten tegenwerken. Beckham, een ongekend populaire speler werd uit de selectie verwijderd en keerde terug om beter dan ooit te gaan spelen. Er werd een proces van verjonging ingezet. Dan was er het trauma van München wat uiteindelijk louterend heeft gewerkt. Een paar dagen later in Bronx Nou, als Rocky tegen de touwen, was er opeens het besef dat ze konden voetballen en sindsdien hebben ze niet meer teruggekeken. Met miraculeuze ontsnappingen, comebacks in comebacks, kleine veldslagen.



Vandaag tegen Mallorca was weer afzien en toch was de jouissance vorige week tegen Zaragoza groter, te vergelijken met Zidane’s doelpunt in de finale, Redono’s actie tegen Manchester, de goal van Mijatovic in de Arena. Die 18 seconden waarin er hoop was, het scherm splitscreen ging en in Barcelona ook een gelijkmaker viel…dat zijn momenten die blijven vibreren, een te plotse omslag van droevig cynisme naar euforie.

Sevilla had hij de titel gegund, maar zij wilden hem uiteindelijk niet. De helft van de blijdschap zit hem echter in het lachen om de Barça aanhangers, fans van de meest vervelende club die er bestaat. De hybris van siete titulos die wel even gewonnen zouden worden. Met Laporta die steeds verder de club politiseert met de steun voor L’Estatut, het kinderachtige Catalaanse vlaggetje in nek van het shirt en het vermoeden, wat zelfs verstokte Barçafans irriteert, dat een middelmatige speler als Oleguer moet spelen vanwege zijn nationalistische sympathieën. En dan hebben we het nog niet over de schandalige buitenspeldoelpunten, spookpenalties en het goedgekeurde volleybaldoelpunt van de dribbelsmurf tegen Espanyol. Het gevoel boven de wet te staan (de nare poging om de meer dan terechte rode kaart van Ronaldinho tegen Getafe kwijt te schelden.)

Het mislukte vandaag toch weer bijna (zeker na de vroege blessure van Van Nistelrooy zag hij het niet meer zitten), een microkosmos van het seizoen, waarin de club uit een lange schaduw verschijnt en wordt wedergeboren. Hoeveel er ook nog moet veranderen in dit zooitje ongeregeld. Ironisch genoeg gaat Barça ten onder aan dezelfde Galacticos decadentie die Real de afgelopen jaren heeft vergiftigd. Eens kijken wat de zomer aan veranderingen brengt want volgend jaar moet er veel beter gevoetbald worden.

Kortom waar Ajax van droomt maar op knullige wijze verspeelt doet Real Madrid “gewoon” omdat het de grootste, de mooiste, de edelste, de meest knotsgekke club ter wereld is. Met de meest lieve speler die er bestaat: Iker Casillas, die zijn tranen niet kon bedwingen toen Real op voorsprong kwam, een eeuwig jongetje en daardoor ook ongewoon mengsel van speler en fan.

domingo, marzo 11, 2007

49. Barça – Real



De wedstrijd in Nou Camp is nooit prettig en toch gaat hij er als gehypnotiseerd meestal naar toe. Een soort masochistisch ritueel. Gisteren dus niet, omdat Real Madrid zijn eeuwige rivaal onder controle heeft, en toch op het laatst weer wel, omdat in de laatste minuut een zekere overwinning uit handen wordt gegeven. Maar voetbal is niet eens het plezier van gisteren (sowieso is voetbal plezierloos aan het worden), het plezier is van taal. Want er is geen betere voetbal ervaring dan die van het live verslag op de Spaanse radio. Hier geen gortdroge en valse hang naar objectiviteit zoals geperfectioneerd in Nederland (sinds de dood van Theo Koomen) met de commentator als eenling die namen opdreunt. Nee, hier een kakofonie van stemmen. Minsten vijf sprekers. Een evenement met als achtergrond de wedstrijd. Langlopende discussies worden opgepikt, sigaretten hoorbaar opgestoken, reclame voor whiskey bijna naadloos door het narratief geweven, spelers in lange tirades afgekraakt totdat er opgewonden “Ojo! Ojo!” wordt geroepen omdat er gevaar dreigt. Dan wordt minutenlang het spel genegeerd voor nieuwe discussies. En er is humor, sarcastische afrekeningen, juichende terechtwijzingen, wanneer iemand teveel onzin praat mag hij zelfs afgefloten worden (en ja, daar is een speciale jingle voor.) Dit alles in een zwaar klimaat van ironie omdat het seizoen van Real Madrid een catastrofe is. Een gezellige chaos die zoiets als de Spaanse psyche karakteriseert (hij heeft totaal niets tegen Catalanen maar ze hebben in ieder geval wat betreft voetbal geen enkele humor, worden gedreven door een verbittering en zelfhaat die alleen maar erger worden gemaakt door de steken van typisch Madrileense ironie.)