Mostrando entradas con la etiqueta mode. Mostrar todas las entradas
Mostrando entradas con la etiqueta mode. Mostrar todas las entradas

sábado, noviembre 04, 2006

36. Baader Meinhof




Onvermijdelijk onderwerp. Soms lijkt hij het jarenlang vergeten en dan keert het in alle hevigheid terug. Wat hij over J.G. Ballard en Helmut Newton stelde kan hij zo herhalen als: zijn DeLillo fans per definitie Baader Meinhof sympathisanten? (Of werkt het omgekeerd: ben je gefascineerd door Baader Meinhof en herken je die fascinatie in DeLillo?) Zij spoken weer rond in zijn wereld sinds de impulsaanschaf van Astrid Prolls Hans und Grete: Bilder Der RAF 1967-1977, een even prachtig als ongrijpbaar fotoboek. Je bladert het in eerste instantie zo door, misschien omdat er een aantal wereldberoemde foto’s in staan (Ulrike Meinhof met zonnebril, Baader en co bij het proces van 1968, de jonge filmgeluidsman Holger Meins als proto-techno icoon –check nog maar eens het artwork van Farbens Textstar-) Het moet verzinken, de verbazing over de korte bestaansduur in vergelijking met het trauma dat de RAF heeft veroorzaakt in de Duitse psyche dient af te nemen. Wat Proll mooi laat zien is hoe de RAF uit een bepaalde cultuur is ontstaan en tegelijkertijd hoe bevreemdend het is om Baader een vrolijk dansje te zien doen tijdens een ludieke protestactie in 1967 en tien jaar later dood op een gevangenisvloer te zien liggen, om Ensslin naakt te zien in een avant-garde film en vijf jaar later als gevangene waarschijnlijk met plezier een identificatieproces te acteren.



En natuurlijk spat het punctum van bijna elke pagina zoals de onvermijdelijke glamour en erotiek door de beelden spookt (Irene Goergens waanzinnig mooie stoerheid, Ensslins plotse maar gepijnigde glimlachen.) Ze blijven voor altijd een uniek mengsel van popster en heilige, soms meer het eerste (met name Ensslin en Baader op weg naar de gerechtelijke uitspraak in april 1977) soms meer het laatste (de schrikbarende foto van Meins uitgemergelde lichaam die je direct doet associëren met een Russische martelaar.) Zoals met Dial H.I.S.T.O.R.Y. maakt het boek iets tastbaars van een overgang tussen de onschuld van terrorisme, als een edel/positief/creatief proces en iets dat veel grimmiger is. Het heeft natuurlijk niets te maken met het hedendaagse terrorisme, dat was echt, nu is…iets duisters, spookachtigs, onwaarachtigs. Los van het feit dat hij niet gelooft in Bin Laden en Atta als veel meer dan klassieke patsies, slechte sprookjesschurken die net teveel hebben rondgehangen in die nare schaduwwereld van Miami/CIA. De naam terrorist niet waard.

Toevallig vandaag las hij in een krantenstuk over Elfride Jelineks RAF theaterstuk dat Ensslin in een boetiek werd gearresteerd. Een van die details die hem op een of andere manier blij maken, vol betekenis zitten en tegelijkertijd doen denken aan de even wonderlijke als grimmige, als helaas ook overgeanalyseerde ‘State of Emergency’ fotoshoot die eerder dit jaar verscheen in Vogue Italia.

martes, septiembre 26, 2006

32. Mossologie

Kate is opeens overal. En dat is goed. Maar zoals met veel dingen deze dagen ondergaat hij haar aanwezigheid gelaten. Meewarig. Het zijn uitgedoofde passies, objecten die niet meer de zenuwachtige extase van betekenis opwekken. The Kate Show in FOAM is derhalve een nostalgische ervaring, minstens tien jaar te laat om echt van waarde te zijn. De kunstwerken doen hem weinig, het plezier bevindt zich in de uitvergrote reproducties van foto’s van Jürgen Teller en het beeld waar het bij hem allemaal mee begon: Mario Sorrenti’s Obsession foto (de “wat voor een wezen ligt daar op de bank met die belachelijk grote voeten?” foto.) Het heeft weinig om het lijf, je bent in vijf minuten klaar en waarom ook niet? Alles is al gezegd over iemand die zelf heel goed kan zwijgen. Natuurlijk is ze een icoon, het laatste icoon voordat de term definitief zijn waarde verloor, de beschermheilige van House, het gezicht van de jaren negentig. Maar gezichten verdwijnen niet als de tijdgeest veranderd en dus blijft ze overal opduiken, dat markante gezicht, voorbij goed en kwaad, voorbij verlangen alsof ze, net als in zijn favoriete Philip K. Dick verhaal ‘Upon the Dull Earth’, de realiteit langzaam infecteert, totdat hij op een dag in de spiegel kijkt en die ijzingwekkende combinatie van jukbeenderen, snerende lippen, sproeten en zieldoorborende blik gereflecteerd wordt.



(Verbazingwekkende, recentelijke foto waar hij in eerste instantie Faye Dunaway op het hoogtepunt van haar roem in dacht te herkennen.)

martes, febrero 07, 2006

2. De hoes van Horses


De foto die nooit aan kracht zal inboeten. Dankzij de lichtval, zeker. Haar gezicht dat hij een, hem tot dan toe onbekende, schoonheid vond bezitten. De houding, vanzelfsprekend (hij vindt andere foto’s van dezelfde sessie altijd teleurstellend, onbewust denkt hij dat er niets anders heeft plaatsgevonden, er was niets buiten dat moment.) Maar vooral die kleren met als fascinerend detail de afgescheurde mouw (het detail, zoals de rare riempjes van Rimbauds hemd, die je kleding eruit doet springen, persoonlijkheid geeft.) Hij kocht vrij snel een tweede exemplaar om boven zijn bed te hangen. Drie afbeeldingen die hij identificeerde met mythologische vrouwelijkheid: Kate Bush (The Dreaming) als Athene, Béatrice Dalle als Aphrodite, Patti Smith als Hera.

Een tijd lang probeerde hij die look te benaderen (de man die een vrouw imiteert die een man imiteert), door allerlei elementen te verzamelen. Tot mislukking gedoemd als hij een perfecte imitatie zou nastreven maar daardoor ook weer resulterend in een eigen look. Bovendien liep hij rond met, wat hij later wanneer hij een Borussia Mönchengladbach 1973 shirt droeg, zou omschrijven als “lege tekens”. Verwijzingen die niemand herkent, het leefde alleen in zijn hoofd.


Wanneer hij in 1999 L’uomo vogue doorbladert ziet hij eindelijk iets vergelijkbaars. Milla Jovovich in Helmut Lang, zo moet hij eruit zien. Dat hij het pak nog vindt ook, voor de helft van de prijs, precies in zijn maat is zo’n toevalligheid dat het hem welhaast de normaalste zaak van de wereld leek (hij had in die periode sowieso een akelig instinct om zijn mode-obsessies te verwezenlijken.) Ook al heeft hij een pakkenlichaam realiseert hij met enige weemoed dat hij nooit de overweldigende cool (bij gebrek aan betere term? ) zal hebben wat dit soort mager androgyne vrouwen in pak uitstralen.

Het is natuurlijk de “vanzelfsprekendheid” dat het hem past als man (het geheim lijkt zich in de schouders te bevinden) die hem enigszins teleurstelt, hij wordt onderdeel van de deelverzameling man-in-pak, er is geen wrijving, geen mysterie. Jovovich/Smith is van een andere orde, er doemt ergens een afgrond van incompatibele codes op (een verstoring van sekse codes, te overbruggen in seksuele fantasie? Een verlangen dat hij vreemd genoeg nooit voor beide heeft gevoeld.)