Mostrando entradas con la etiqueta literatuur. Mostrar todas las entradas
Mostrando entradas con la etiqueta literatuur. Mostrar todas las entradas

lunes, febrero 18, 2008

84. Robbe-Grillet



Groot schrijver treedt het definitieve labyrint binnen. Meester van een koude, precieze en vervreemdende taal. Een tijdlang een voorbeeld zonder dat hij een woord van hem had gelezen (vrij direct via het magistrale L'année dernière à Marienbad, indirect via Report On Probability A, een ongegeneerde hommage/emulatie van Robbe-Grillet door Brian Aldiss.)

lunes, febrero 04, 2008

82. A Scanner Darkly in de polder en overzeese rijksdelen

Ja, hij moet toegeven: hij had een goed boek moeten lezen maar heeft gekeken. Peter R, je weet toch? En wat een bizarre mijlpaal in de televisiegeschiedenis is het geworden, in zekere zin het einde van televisie. Een titanenstrijd tussen aan de ene kant een omhooggevallen kleinburger die het woordenboek uit zijn hoofd heeft proberen te leren en onder het mom van Rechtvaardigheid ende Kijkcijfers zijn tegenstander (en meteen de rechtstaat en journalistiek) probeert kapot te maken. Aan de andere kant, Bret Easton van der Sloot, verwend blowkonijn met connecties in de juridische elite van Aruba en toch Straat. Eindresultaat: een confessie die geen waarheid brengt.



Wie zou dit kunnen hebben geschreven? Norman Mailer met een minutieuze reconstructie vol grote gebaren? Het strand, een levenloos lichaam en Joran gevangen in een onmogelijke situatie, waarin hij moet handelen…Camus? Joran de lege huls, levend in een wereld van te snel vervagende tekens waar hij grip op probeert te krijgen, DeLillo dan? Misdaad zonder Straf? Denken we de telepaten en vliegende auto’s weg komen we natuurlijk uit bij Philip K. Dick terecht. Verborgen camera’s, grote hoeveelheden drugs, paranoia, verraad, religieuze symboliek en een verhaal dat hoe verder het vordert, steeds vager wordt, laag na laag zoiets als waarheid explodeert, een labyrint schept waar leugens binnen leugens worden openbaart met altijd de twijfel of de hoofdpersoon hier continu geluk heeft, permanent in een B-film leeft of een kwaadaardig genie is. Als kind was hij altijd al voor de bad guys.

Extra punten voor de definitieve doorbraak van het woord coño in het dagelijks taalgebruik.

lunes, enero 21, 2008

80. Finnegans Wake

En nu treden we onbegrensde landen binnen…Onvermijdelijk dat hij het ooit ging lezen maar eigenlijk per ongeluk uit de bibliotheek meegenomen (in tweetalige editie), gewoon omdat het er stond (het lijkt zo’n boek dat permanent is uitgeleend.) Voorbereiding: nihil. Geen hulpboeken, een korte plotschets uit Introducing Joyce en verder de twee tips van de man zelf: het is een droomboek en wanneer je twijfelt: hardop lezen in Dublinaccent. Na twee pagina’s was in ieder geval duidelijk dat hij gewoon de “engelse” versie moest lezen en dat hij het gaat uitlezen. Wat er verder ook allemaal over gezegd/geschreven is voor hem overheerst het weldadige gevoel van vrijheid, als hij vasthoudt aan een soort zorgeloze lezing, vrijheid om te doen met de taal wat je wilt natuurlijk, maar misschien belangrijker eigenlijk de explosie van plot (het leest inderdaad als een droom-die-je-vergeet.)



Wanneer de verlengingen verzadigd zijn, want het gaat hem hoogstwaarschijnlijk niet lukken om het boek in negen weken uit te lezen, schaft hij direct een pocketversie aan…ze vertellen je namelijk nooit dat het een heerlijk boek is om permanent bij je te dragen, op elk moment uit je tas te halen en verder in te gaan.

En Finnegans Wake vertelt hem meteen iets over zijn dochters. De ene, proto-dichteres en verhalenvertelster, luistert vol plezier wanneer hij stukken in het Nederlands voorleest, de ander, strikter bezig met regels, krijgt ongekende woedeaanvallen.

lunes, abril 09, 2007

52. Against The Day

Against The Day is uit. 1085 fenomenale pagina’s die hij zo weer zou willen lezen. Met gemak het beste boek dat hij heeft gelezen sinds Underworld, een magistraal boek-als-caleidoscoop dat krioelt met ideeën, grappen, verrassingen en wonderlijke zinnen. Maar, en dat is een altijd onderschatte kwaliteit van Pynchon-de-geniale-taalgoochelaar geweest, het is ook een uitermate ontroerend boek. Na een paar pagina’s is al duidelijk dat Against The Day een melancholische ervaring zal worden, dat de vrolijke explosie van vertrouwen die de Wereldtentoonstelling van Chicago genereert niet eeuwig zal duren. Twee soorten melancholie: een inhoudelijke, de situering in een fin de siècle/pre-WOI wereld vol mogelijkheden, alternatieven en mysterieën. Een meer structurele, de leeservaring van “de pil” die je eigenlijk niet wil uitlezen/altijd door wil laten gaan omdat je in die wereld bent gaan ademen, gehecht bent geraakt aan personages.



Er doen al veel interpretaties van de titel de ronde, die op allerlei manieren door Pynchon in de tekst worden uitgebuit maar het is ook als boek zelf against the day, als “tegen de tijdsgeest in”. Het voelt bijna als een artefact uit een voorbije tijd en tegelijkertijd het enige boek dat er toe doet, dat hem nog harder doet hoofdschudden als hij in kranten de hopeloze “concurrentie” bekijkt. Bovendien is het een directe toevoeging aan het sciencefictioncanon, al zal daar binnen het wereldje zelf ongetwijfeld anders over worden nagedacht (zelfs bij New Worlds waarin Pynchon in de jaren zestig het korte verhaal 'Entropy' publiceerde werd hij vol afgunst bekeken. En hoe verrassend dan om die altijd onvoorspelbare Michael Moorcock een juichende recensie te zien schrijven: "...and you wonder if you aren't reading the smartest stoner in the universe." Ha!)



Ondanks bovenstaande woorden, of de subtiliteit waarmee Pynchon bijvoorbeeld in een korte alinea het opkomende Italiaanse fascisme indirect en poëtisch en vanuit een individuele obsessie weet te omschrijven, is het niet eens een boek dat hij iedereen zal aanraden. De Pynchonistas, de stoners, de anarchisten, de bewoners van de Dagdroom Natie. Ja, die zijn ongetwijfeld al bezig. Against The Day is geen verplichting (altijd uitkijken wanneer je dat gevoel krijgt opgedrongen)…het moet jou uitzoeken. En dan dien je het met zoiets als een schoon hart, een blik zonder angst, te benaderen. Een langzame omhelzing van tekst zal je prijs zijn.

martes, abril 03, 2007

51. Schrijven is vet cool


Had wat hem betreft de titel mogen zijn van de interviewbundel Conversations With Don DeLillo (University Press of Mississippi.) Met name zijn eerste interview met een speciaal naar Griekenland afgereisde Tom LeClair uit 1982 (toen DeLillo al zes boeken had geschreven) zal hij menigmaal herlezen, gebruiken als een soort influistering van moed mocht hij de weg kwijt raken. Alles wat je nodig hebt als schrijver is er in terug te vinden. Meer is niet nodig, ketent je, vervreemd je.

“I think after a while a writer can begin to know himself through his language. He sees someone or something reflected back at him from these constructions. Over the years it’s possible for a writer to shape himself as a human being through the language he uses. I think written language, fiction, goes that deep.”

“Wittgenstein is the language of outer space, a very precise race of people.”

Een mooie uit een later interview:
“But when I think of my work out in the world, written and published, I like to imagine it’s being read by some stranger somewhere who doesn’t have anyone around him to talk to about books and writing—maybe a would-be writer, maybe a little lonely, who depends on a certain kind of writing to make him feel more comfortable in the world.”

En heel veel heel precieze observaties over zijn boeken waardoor hij zin krijgt om ze allemaal met hernieuwde blik te herlezen. In 1988 over Libra:
“It seems to me, finally, that what this book is about is history and dreams. Dreams meaning all those forces in our lives that are outside history.”

sábado, febrero 24, 2007

46. Droomstof

Of wel de terugkeer van D.I.Y. Alweer een vreemde gewaarwording dat hij intuïtief een kant op gaat die, behalve avontuurlijk aanvoelt, past in een bredere tendens van sciencefiction. Zo schijnbaar uit het niets een gevoel van experiment, de spanning van nieuwe vormen, het negeren van autoriteiten. Iets van een vermoeden dat Het Boek ten dode is opgeschreven (dat wil zeggen als afgesloten sociale conventie, het boek als ding blijft gelukkig nog even.) Er is iets in beweging gezet dat zijn anarchisme prikkelt. Met wat geluk een soort Gutenberg Punk.



Maar ook het plezier van de praktijk, het zelf sleutelen aan een boek: de omslag, de vrije licenties, het toevoegen van een essay…zonder uitleg, zonder discussie.

En vooral een rustgevend en tegelijkertijd nerveus gevoel van afsluiting waarin ruimte ontstaat om verder te gaan met schrijven. De terugkeer naar de korte verhalen, vaak de ware vorm van sciencefiction genoemd (en daardoor dubbel onuitgeefbaar...in de oude wereld.)

Droomstof is hier dus verkrijgbaar (het werkt...tip: kies economy als verzendmethode. Of je vergeet het papier compleet en doet een digitale kopie.)

edit: net is het bericht binnengekomen dat de verzendkosten eindelijk zijn verlaagd! 1,99 euro binnen de EU. Netjes.

sábado, abril 15, 2006

12. S/Z

Hij heeft er uiteindelijk een half jaar over gedaan om S/Z (1970) van Barthes uit te lezen. Het is een boek dat je niet in een keer uit leest, het leent zich perfect om zo af en toe open te slaan en een paar lexia tot je te nemen. Dit is immers Barthes beroemde analyse van Balzacs korte verhaal Sarrasine dat hij op zinsniveau (of soms een langer fragment, soms een woord) ontleedt in zogenaamde lexia (561 stuks) en 93 korte essays die handelen over lezen, literatuur, etc.



Een noodzakelijk boek (heeft Barthes ooit een ander soort geschreven?) dat hem als schrijver "psychedeliseert", in hoe het de tekst opent, hem gevoeliger maakt voor de mogelijkheden van schrijven, hem een nieuwe manier van kijken aanrijkt. In het oeuvre van Barthes neemt het ongetwijfeld een essentiële plaats in, misschien zelfs als zijn meesterwerk (ook al is het een van zijn meer rigide, of laten we zeggen meer strengere werken, minder verleidelijk dan wat er na zou volgen ondanks zulke sublieme beelden als de
galaxie des signifiants…hij zou Barthes zo graag in het Frans lezen.) Maar ook cruciaal als kruispunt, hij leest net de interessante stelling dat in het boek letterlijk een positieverandering plaatsvindt, tussen de structuralistische Barthes (de lexia) en de poststructuralistische Barthes (de essays). In zekere zin gaat S/Z nu pas zijn werk doen: zijn schrijfproces, de herlezing van boeken beïnvloeden, maar ook nu pas beseft hij hoe slim het boek in elkaar is gezet, hoe gelaagd, hoe onuitputtelijk.

(Bij twee schrijvers, Nietzsche en Burroughs, overviel hem op een gegeven moment tijdens het lezen altijd dezelfde gedachte “dit is echt het laatste boek wat ik van hem lees!” om bij het omslaan van de laatste bladzijde alweer het verlangen te voelen naar een volgend werk. Zo ook Barthes. Nog voor S/Z klaar was had hij al Michelet (1954) ergens op de kop getikt. Nu leest hij af en toe een fragment en vermoedt dat dit wel eens een van zijn favoriete Barthes zou kunnen worden…iets in de kalme liefde van de zinnen. Prachtig. Daarna zit het er bijna op, alleen nog Sur Racine (1963) en Eléments de Sémiologie (1964) blijven over.)