Mostrando entradas con la etiqueta lezen. Mostrar todas las entradas
Mostrando entradas con la etiqueta lezen. Mostrar todas las entradas

sábado, enero 26, 2008

81. (On)eindige opvoeding

Nu, Finnegans Wake lezende, Sans Soleil gezien, binnenkort de Blade Runner Final Cut en mythische workprint, doemt de vraag op: is er een einde aan je opvoeding? Een punt dat zegt: dit is genoeg, de rest zijn details. Natuurlijk niet, er is altijd meer, altijd weer zijpaden, nieuwe ontdekkingen, dingen die je niet zag aankomen, de leeslijst onderbroken door een intuïtieve keuze, de onverwachte vondst, waardoor ook die lijst weer wordt herschreven.

Opvoeding, opleiding, zelfverbetering. Hier als inwisselbare termen. Niet institutioneel, want hij is excessief opgeleid al is dat vooral een alibi geweest voor zijn zelfopvoeding die echt begon op zijn negentiende (zijn tienerjaren beschouwt hij voor het grootste gedeelte als een verloren periode.) Neem sociologie, een prachtig vak maar hij heeft waarschijnlijk hoogstens tien pagina’s Marx gelezen, een van zijn favoriete sociologen, Erving Goffman, heeft hij zelfs nog nooit een boek van gelezen…en dat maakt niet uit.



Het is een onderwerp dat semi-taboe is onder sociologen, waarschijnlijk omdat het niet-wetenschappelijk of voorspelbaar is, al pik je het als je scherp luistert soms op in de woorden van professoren: er bestaat zoiets als een moment van sociologisch inzicht, het makkelijkst te vergelijken met satori in Zen. Na ongeveer drie jaar studeren is er uit het niets een gevoel van helderheid, verlichting klinkt als te groots en metafysisch, ontwaken is beter…je ziet plotseling alles met een nieuwe blik, diep, allesomvattend, gerelateerd, schuivend door verschillende niveau’s, kil, sceptisch maar toch omgeven door een lichte extase van het moeiteloze denken. Dat is niet de uitkomst van lessen of de accumulatie van specifieke kennis. Het is de inlossing van een potentieel (waarschijnlijk karakterologisch van aard) die door een structuur van het studeren eerst wordt ingebed en vervolgens gedemonteerd (al dan niet versterkt door het zelfbewuste “open” of onzekere karakter van sociologie.)

Vervolgens is er de keuze: inwaarts, naar de fundamenten van de klassieken, de methode of de onvermijdelijke meesterloze weg, die zoekt naar infectering, open lijnen, grensvervagingen, waar sociologen/non-sociologen wachten (Barthes, Foucault, Baudrillard) om vervolgens zelf een pad te zoeken in film, literatuur, sciencefiction. Op zoek naar een poëtische sociologie.

lunes, enero 21, 2008

80. Finnegans Wake

En nu treden we onbegrensde landen binnen…Onvermijdelijk dat hij het ooit ging lezen maar eigenlijk per ongeluk uit de bibliotheek meegenomen (in tweetalige editie), gewoon omdat het er stond (het lijkt zo’n boek dat permanent is uitgeleend.) Voorbereiding: nihil. Geen hulpboeken, een korte plotschets uit Introducing Joyce en verder de twee tips van de man zelf: het is een droomboek en wanneer je twijfelt: hardop lezen in Dublinaccent. Na twee pagina’s was in ieder geval duidelijk dat hij gewoon de “engelse” versie moest lezen en dat hij het gaat uitlezen. Wat er verder ook allemaal over gezegd/geschreven is voor hem overheerst het weldadige gevoel van vrijheid, als hij vasthoudt aan een soort zorgeloze lezing, vrijheid om te doen met de taal wat je wilt natuurlijk, maar misschien belangrijker eigenlijk de explosie van plot (het leest inderdaad als een droom-die-je-vergeet.)



Wanneer de verlengingen verzadigd zijn, want het gaat hem hoogstwaarschijnlijk niet lukken om het boek in negen weken uit te lezen, schaft hij direct een pocketversie aan…ze vertellen je namelijk nooit dat het een heerlijk boek is om permanent bij je te dragen, op elk moment uit je tas te halen en verder in te gaan.

En Finnegans Wake vertelt hem meteen iets over zijn dochters. De ene, proto-dichteres en verhalenvertelster, luistert vol plezier wanneer hij stukken in het Nederlands voorleest, de ander, strikter bezig met regels, krijgt ongekende woedeaanvallen.

viernes, diciembre 29, 2006

41. Langzaam lezen

Een van die ideeën waar de tijd rijp voor is: een soort deep reading van Anti-Oedipus van Deleuze en Guattari. Ideaal: een pagina per dag. Een korte samenvatting schrijven, verwijzingen noteren, evenals vragen die worden opgeroepen, citaten die hem bevallen. Hij is bij voorkeur een luie lezer, lezen als drug waar weinig onderscheid is tussen theorie en literatuur: science<>fiction. En toch heeft hij soms een schuldgevoel over zijn leeshouding. Hij verzamelt wel citaten voor later gebruik (soms systematisch, soms vluchtig opgekrabbeld) maar het is lang geleden dat hij echt een boek heeft uitgeplozen (waarschijnlijk was de bundel Forget Baudrillard? tijdens zijn studie de laatste) of echt met een boek heeft geleefd (zoals Mille Plateaux wat zich daar zo goed voor leent, omdat je het expliciet “vrij” mag gebruiken.) Anti-Oedipus was het eerste boek dat in hem opkwam voor zo’n lezing (al zal de nieuwe Pynchon zich hier, zeker met een handige Wiki, ook voor lenen.)



Toen hij Anti-Oedipus aanschafte las hij het eerste hoofdstuk snel en vol enthousiasme uit om zijn concentratie te verliezen bij wat volgde. Teveel specifieke psychoanalyse, geen geduld (het laatste hoofdstuk heeft hij nog met een half oog uitgelezen zonder dat het veel indruk maakte.). Hij heeft het nooit een eerlijke kans gegeven. De laatste jaren heeft hij zich echter weer ingelezen in Freud en realiseerde hij zich dat een tekst als Anti-Oedipus effectief is te koppelen aan internet, waar elke verwijzing (naar bijvoorbeeld bepaalde patiënten van Freud) direct kan worden opgezocht. Daarom is Anti-Oedipus ook zo’n geschikte tekst, het is een kluwen die ontward dient te worden, het is een extraverte tekst, wat het makkelijker maakt voor dit project dan een andere kandidaat, het introverte Sein & Zeit. Andere boeken die hij heeft overwogen: De La Grammatologie, Das Kapital en Finnegans Wake…maar die kunnen wachten (heeft hij ook niet in de kast liggen), Anti-Oedipus heeft iets tijdigs als “introductie tot het non-fascistische leven” (Foucault in zijn sympathieke inleiding tot het boek.)

Na vijf pagina’s kan hij verzekeren dat het werkt, een langzaam kauwen op woorden en toegeven dat je met vragen blijft zitten na een passage, maar bewust bent dat je twijfelt. Als hij nu nog een keer voor elkaar kreeg om langzaam te eten…


41a

Ondanks een zekere pretentie van realisme is Anti-Oedipus zo abstract. Deleuze & Guattari lijken express langs concepten heen te praten. De enige manier waarop hij zich een voorstelling van bepaalde zaken kan maken is de muziek van Autechre. Ze gooien je ook in het diepe, je denkt een bepaalde voorkennis te missen totdat je er achterkomt dat een term als ‘antiproductie’ echt alleen door hen is gelanceerd (zonder enige definiëring.) Doet hem tijdens het lezen soms verzuchten of het nog enig nut heeft, enig raakvlek met zijn leven kent.

In een, wel zeer tijdige en handige, koortsdroom (en hij weet dat hij echt koorts heeft wanneer de droom zichzelf blijft herhalen) openbaart het hele Anti-Oedipus wereldbeeld zich opeens zo helder als een continue, onnavolgbare stroom van machines…vermoeiend en drukkend op een waanzinnige manier…het besef dat dit echt het schizofrene wereldbeeld is, onstuitbaar, zonder rustpunt of mogelijkheid van ontsnapping. Deleuze & Guattari worden ook het meest specifiek wanneer ze Henry Miller, D.H. Lawrence of Artaud opvoeren, in dat realiteitsniveau (visionair/ /extatisch/psychedelisch) opereren ze, zonder dat ze het in een praktijk durven te expliciteren (Michel Foucault ‘verraadde’ op vrolijke wijze een deel in zijn sublieme bespreking van Différence et répétition en Logique du sens door over allerlei drugs te babbelen, wat weer leidde tot Deleuze’s bezorgde voetnoot “wat zullen ze van ons denken?”) Hij kan niet ontsnappen aan het idee dat beide delen van Capitalisme et Schizophrénie een psychedelische fenomenologie vormen. Een uniek project dat altijd op zijn sympathie kan rekenen maar dat steeds verder van zijn leefwereld komt te staan.

sábado, abril 15, 2006

12. S/Z

Hij heeft er uiteindelijk een half jaar over gedaan om S/Z (1970) van Barthes uit te lezen. Het is een boek dat je niet in een keer uit leest, het leent zich perfect om zo af en toe open te slaan en een paar lexia tot je te nemen. Dit is immers Barthes beroemde analyse van Balzacs korte verhaal Sarrasine dat hij op zinsniveau (of soms een langer fragment, soms een woord) ontleedt in zogenaamde lexia (561 stuks) en 93 korte essays die handelen over lezen, literatuur, etc.



Een noodzakelijk boek (heeft Barthes ooit een ander soort geschreven?) dat hem als schrijver "psychedeliseert", in hoe het de tekst opent, hem gevoeliger maakt voor de mogelijkheden van schrijven, hem een nieuwe manier van kijken aanrijkt. In het oeuvre van Barthes neemt het ongetwijfeld een essentiële plaats in, misschien zelfs als zijn meesterwerk (ook al is het een van zijn meer rigide, of laten we zeggen meer strengere werken, minder verleidelijk dan wat er na zou volgen ondanks zulke sublieme beelden als de
galaxie des signifiants…hij zou Barthes zo graag in het Frans lezen.) Maar ook cruciaal als kruispunt, hij leest net de interessante stelling dat in het boek letterlijk een positieverandering plaatsvindt, tussen de structuralistische Barthes (de lexia) en de poststructuralistische Barthes (de essays). In zekere zin gaat S/Z nu pas zijn werk doen: zijn schrijfproces, de herlezing van boeken beïnvloeden, maar ook nu pas beseft hij hoe slim het boek in elkaar is gezet, hoe gelaagd, hoe onuitputtelijk.

(Bij twee schrijvers, Nietzsche en Burroughs, overviel hem op een gegeven moment tijdens het lezen altijd dezelfde gedachte “dit is echt het laatste boek wat ik van hem lees!” om bij het omslaan van de laatste bladzijde alweer het verlangen te voelen naar een volgend werk. Zo ook Barthes. Nog voor S/Z klaar was had hij al Michelet (1954) ergens op de kop getikt. Nu leest hij af en toe een fragment en vermoedt dat dit wel eens een van zijn favoriete Barthes zou kunnen worden…iets in de kalme liefde van de zinnen. Prachtig. Daarna zit het er bijna op, alleen nog Sur Racine (1963) en Eléments de Sémiologie (1964) blijven over.)