Mostrando entradas con la etiqueta voetbal. Mostrar todas las entradas
Mostrando entradas con la etiqueta voetbal. Mostrar todas las entradas

lunes, junio 30, 2008

98. De Droom Gedroomd



“España, campeona de Europa. Suena raro, pero es así.”

“Spanje kampioen van Europa. Het klinkt raar, maar het is zo,” ware woorden waarmee de analyse van AS gisteren begon. Het blijft de dag erna een onwerkelijk gevoel. Het ging hem op een gegeven moment in die zenuwslopende dagen niet meer om persoonlijk plezier maar eigenlijk vooral nog om Spanje. Als Spanjaard van buitenaf ziet hij het land altijd als een afgeronde entiteit, wat van binnenuit veel lastiger schijnt te zijn. Dat even stomme als geniale spel moest iedereen een keer één laten voelen. Moest de reuzensprong in de moderniteit van Spanje complementeren.

Er is dus een maatschappelijke loutering en er is een voetbal-historische loutering. Een gevoel dat een kruis is afgelegd. De vloek die waarschijnlijk begon met Cardeñosa’s misser voor open doel op het WK 1978 en die sindsdien werd doorgegeven naar Arconada, Salinas, Eloy, Zubizarreta en culmineerde in het Schandaal van Zuid-Korea. Ook zij werden zondag eindelijk verlost. Nooit meer hoeft hij tegeltjeswijsheden aan te horen van “Spanje strandt altijd in de kwartfinale”, “ze worden teveel verdeeld door regionale belangen”, “het sterft altijd in schoonheid.” Nooit meer hoeft hij een wedstrijd van Spanje te kijken met die mengeling van hoop en zelfkastijding.



De sleutelwedstrijd was natuurlijk de kwartfinale tegen Italië. Terwijl hij tijdens de penaltyreeks naar bed ging omdat Spanje die toch nooit won, werden in één keer een drietal complexen geheeld: de cynische angstgegner Italië eindelijk op een toernooi verslagen, voor het eerst sinds 1984 een penaltyreeks gewonnen en eindelijk werd de kwartfinale weer eens overleefd. Maar dan volgt een nieuw terrein, dat van een mogelijkheid om een toernooi te winnen, om alle complexen te overwinnen. Dagen van zenuwen die hij nooit meer wil herleven (al merkte hij na de winst op Rusland dat er een element van verslaving in schuilt.) Talloze scenario’s die door het hoofd beginnen te spoken. Wint Duitsland niet altijd van de mooiere ploeg? Van Hongarije? Van Nederland? Van Frankrijk? Ging dit weer een 1974 worden? Nee, want spelers zijn veranderd, laten zich niet leiden door frustraties en geschiedenis, door zaken voorbij het voetbalveld. Totdat het eindsignaal klinkt en een paar spelers ruimte weten te maken voor verwijzingen, het grootse gebaar van reservedoelman Palop die het shirt van Arconada aantrekt, van Ramos die zijn overleden vriend Puerta niet vergeet. Heiligen, iconen, relikwieën.

Dan rest nog de voetbaltechnische vraag: waarom is dit Spanje kampioen geworden? De drie belangrijkste:

- Ervaring in buitenlandse competities. Spaanse voetballers waren tot voor kort, zoals de Spanjaard in het algemeen, naar binnen toe gekeerd. Zelden werd het geluk in een buitenlandse competitie beproefd en als het gebeurde liepen vooral de Italiaanse avonturen slecht af. Fàbregas en vooral Torres zijn in Engeland niet alleen andere, betere voetballers geworden, ze verruimen de blik van het Spaanse voetbal, zorgen ervoor dat de vervreemding niet, te laat, op het toernooi zelf wordt geconfronteerd.

- De afwezigheid van Raúl. Aragonés heeft het nooit willen uitspellen maar de reden waarom hij Raúl niet mee wilde nemen is niet dat hij over zijn hoogtepunt is maar dat zijn macht moest worden gebroken. Hij is als persoonlijkheid en leider te dominant. Dat was op het vorige EK al duidelijk geworden waar Raúl bovendien steeds de plek van de veel dynamischere Valerón innam en nu was het genoeg. En het werkte inderdaad. Er bleek opeens ruimte voor een jonge, enthousiaste ploeg met al veel ervaring maar zonder valse hiërarchie, die zich niet hoefde uit te sloven voor de glorie van een enkele speler.

- Marcos Senna. Beste speler van het toernooi en de speler die het Spaanse elftal altijd heeft gemist (is het dan toeval dat hij als zwarte genaturaliseerde Braziliaan van buitenaf kwam?) De defensieve middenvelder die kan voetballen, die zowel de verdediging helpt met het uitschakelen van sleutelspelers maar in tegenstelling tot bijna alle andere spelers van dit noodzakelijke maar vervelende type aanvallend mee kan komen. Het middenveld werd hierdoor een rhizoom. Geen klassieke Spelverdeler/Maarschalk meer die uitgeschakeld kan worden en waardoor het aanvalsspel stokt, al komt Xavi enigszins in de buurt. Maar wie door extra aandacht Xavi probeert uit te schakelen wordt overstroomd door de snelle combinaties van Silva, Iniesta en Senna.

domingo, junio 01, 2008

97. Wachtend op de EK-koorts

Uit de tijd dat wanneer je in het Oostblok moest voetballen een pak slaag kon verwachten (zeker als je zo knullig verdedigt.) Kwalificatiewedstrijd voor het EK '76: Polen - Nederland 4-1 (10-09-1975). Dat wat eigenlijk de finale in München ‘74 had moeten zijn. De naam van Lato is onder voetballiefhebbers meestal wel blijven hangen maar Polen zelf denken meestal met weemoed terug aan Kazimierz Deyna. Aanvoerder en spelverdeler met een naam als een poëet...en zo voetbalde hij dus ook.



Zo maar wat beelden uit lang vervlogen tijden om Juni als EK maand in te luiden. Spanje, Nederland of Rusland als kampioen zou leuk zijn maar het lijkt een vrijwel onmogelijke uitkomst. Het is gewoon te stil rond Duitsland, finaleplaats lijkt op sluipende wijze helaas alweer verzekerd (ook gezien een gunstig toernooischema.)

lunes, mayo 05, 2008

94. Twee op rij



"Que nadie lo olvide: el uniforme es blanco para llenarlo de barro y de sangre."

Mooi gesproken Juanma Trueba vanochtend in AS (snelle vertaling: "Dat niemand het vergeet: het tenue is wit om het te vullen met modder en bloed"...al moet je bedenken dat barro een ander soort modder is dan we in Noord-Europa gewend zijn, het is altijd lichtbruin, zandkleurig, te vinden op kurkdroge grond aan de rand van een plas. Aan de andere kant, tot in de 20ste eeuw, materiaal waar huizen mee werden gebouwd.) Gisteren letterlijk, Gabriel Heinze wiens hand op het laatst maar bleef bloeden en als een gewonde soldaat op het veld knielde. Gisteren weer een van die vreemde metamorfoses: een uur lang een strontverveldende wedstrijd (niet toevallig het uur dan Raúl op het veld stond?), tegen regionalistische fanaten die als ze nou eens het hele seizoen zo hun best deden niet zouden degraderen, onder leiding van de slechtste scheidsrechter van Spanje, een helft verder met 10 man, regenval als in de beslissende fase van De Zeven Samoerai, 8 minuten voor tijd 1-0 achter door een idiote penalty en dan toch de wedstrijd winnen dankzij een speler, Higuaín, die gisteren als er zoiets als gerechtigheid bestaat, Raúl heeft gepensioneerd. Esthetiek altijd, maar met vechtlust, Kopa en Di Stefano, Netzer en Camacho, Michél en Gordillo.

Postscriptum (donderdag 8 mei)



Waarom het belangrijk was om zondag kampioen te worden? Zodat woensdag de aartsrivaal voorafgaand aan de wedstrijd de traditionele pasillo (erehaag) aan de kampioen kon geven. Enigszins gehypet in de Spaanse sportmedia als mogelijke vernedering maar die vond daarna pas plaats toen Barça met 4-1 werd opgerold (en dat was genadig). De pasillo zelf was intrigerend, het was eigenlijk in een flits voorbij maar vol prachtige details: Rijkaard die als eerste erbij ging staan, een aantal spelers van Real die het vernederende potentieel annuleerde door hun collega's van Barça een hand te geven en Heinze die stug recht doorliep om het ritueel correct te voltooien. Zo en nu weer een paar maanden gewone nachtrust. Stom voetbal!

miércoles, abril 16, 2008

93. De Tiran van Bernabéu

Nu het kampioenschap ons (gesproken als lid van de Koninklijke familie) welhaast niet meer kan ontsnappen is het tijd om de blik te richten op de speler ondanks wiens continue aanwezigheid Real Madrid kampioen zal worden. El Gran Capitán, El Mito: Raúl González Blanco. Het verhaal van Raúl dit seizoen heeft hem vaak doen denken aan Hans Christian Andersens essentiële sprookje De Nieuwe Kleren van de Keizer. Raúl heeft de Spaanse sportmedia ooit voor zich gewonnen, die hem inmiddels in een schoolvoorbeeld van propaganda hebben gekroond tot recordbreker, mythe tijdens de actieve loopbaan. Eén iemand heeft het gedurfd de rol van het jongetje te spelen die zegt dat de keizer geen kleren draagt en dat is ironisch genoeg de oude vos Luis Aragonés die al bijna twee jaar koppig weigert om Raúl te selecteren voor het nationale elftal. Dat heeft hij geweten. Elk interview de vraag “waarom speelt Raúl niet in het nationale elftal?”, elke dag in de Madrileense sportpers de vraag aan willekeurige trainers en spelers “wat vind je van Raúl?”, steevast diplomatisch, zo je wilt leugenachtig, beantwoord met “een grootheid/legende, ik zou hem altijd selecteren.” Om gek van te worden, niet alleen voor Aragonés maar ook voor de Real Madrid fan die week in week uit kon zien dat Raúl te langzaam en te houterig is geworden voor het niveau dat Real Madrid nastreeft.

Maar Raúl begon voor het eerst in vier seizoenen weer regelmatig te scoren en de propaganda werd ondragelijk. Het waren meestal intikkertjes die door zijn collega’s werden geschonken om de aanvoerder ook wat plezier te gunnen maar opeens werden ze op rabiate wijze gevierd, individueel en met irritante “op de naam wijs” gebaartjes. Genoeg cynici en criticasters onder het publiek die begon te wijzen op manier waarop Raúl op ballen bleef rennen die hij toch niet kon halen (om te tonen hoe hard hij wel werkt) of elk dood spelmoment gebruikt om als inspirator zijn medespelers of publiek te bedienen op een hartverwarmend applaus. Hij wordt zelden gewisseld, hoeft bijna nooit op de bank te beginnen en dat nadat Bernd Schuster, vorig jaar nog als trainer van Getafe, in een praatprogramma Raúl vriendelijk had geadviseerd een club in het buitenland te zoeken. Het vermoeden bestaat daardoor dat iedereen binnen de club naar de pijpen van Raúl moet dansen. Tot overmaat van ramp kreeg hij begin dit jaar een contract aangeboden om tot het einde van zijn carrière bij Real te mogen spelen waar zelfs iconen als Di Stefano en Butragueño in de nadagen van hun loopbaan naar een andere club vertrokken. Kortom, sinds de Amerikaanse propaganda over de oorlog in Irak is er niet meer zo’n verschil geweest tussen realiteit en fantasie. Fascinerend maar ook beledigend omdat zelfs als kritisch individu van je verwacht wordt dat je in sprookjes gelooft.



Maar waarom Raúl? En waar is het mis gegaan? Hoe heeft hij meer dan iemand anders er voor gezorgd dat het woord cáncer in het Spaans is inburgert voorbij de naam van een dodelijke ziekte? Nu is hij zelf nooit echt idolaat geweest van Raúl. Zijn favorieten zijn in die periode spelers als Redondo, Savio, Zidane, Helguera of Solari geweest. Maar het ontegenzeggelijk waar dat Raúl in zijn eerste seizoenen zoiets als een fenomeen was. Voor jonge voetballiefhebbers moet het haast ondenkbaar zijn dat de trage balletjesafwachter van nu ooit fabelachtige doelpunten scoorde, pure fantasie, nooit eerder bedachte lobjes met de buitenkant voet. En ergens heeft die fantasie, noem het jeugdig enthousiasme, plaats moeten maken voor realisme. Wanneer? Toen hij na het gedwongen vertrek van Hierro aanvoerder werd? Dat was waarschijnlijk de laatste stap naar het realisme. De neergang begon eigenlijk op Euro2000 toen Raúl na een bizar lang seizoen (waar Real de achtste Europacup I won) in de kwartfinale tegen Frankrijk compleet moegestreden als enige de verantwoordelijkheid nam om de penalty in te schieten die Spanje in de laatste minuut naast Frankrijk zou brengen. Hij schoot hem op de kruising en die combinatie van teleurstelling en slechte verwerkte vermoeidheid zorgde voor een moeizaam seizoen 2000-2001 waar Real toch kampioen zou worden dankzij het elan van Figo.

Daarna kwam Zidane en werd de Galacticos filosofie van Florentino geïmplementeerd. Met als resultaat dat Raúl, niet verkerend in de vorm van zijn leven, werd gebombardeerd tot de Spaanse Galactico. Een titel die hem dwong boven zijn stand te leven, zeker in vergelijking met Figo en Zidane. Daar is het realisme begonnen, hij moest hard werken om zich te kunnen permitteren in dezelfde adem te worden genoemd als beide en hij kreeg zowaar een duwtje in de rug want Zidane moest altijd uit positie spelen zodat Raúl een rendabele plek in het elftal kon behouden. Dat seizoen, met name in de Champions League, was het laatste hoogtepunt in de carrière van Raúl, de prachtige veldslag tegen Bayern in de kwartfinale, de galavoorstelling in Bronx Nou om te eindigen in Glasgow waar hij de openingstreffer op uitermate slimme manier scoorde (snel de diepte in en de bal precies langs Butt schuiven die op het verkeerde been staat.) Het juichen daarna is misschien zijn favoriete moment van Raúl, er spreekt een plezier in voetbal uit, het is alsof hij even is veranderd in een kind die droomt van scoren in een finale.

Het is de komst van broodspeler/lopende reclamezuil Ronaldo waardoor het gewicht van de Galacticos hem lijkt te verpletteren. Zijn haar wordt langer en met een baard krijgt hij een soort Christus van Madrid imago, drager van het kruis en zonde van de hoogmoed. Hij moet net als de rest van het elftal in dienst spelen van een speler die geen verdedigende arbeid hoeft te verrichten, die de goals moet maken die hij vroeger scoorde. Hij wordt een overlever en overleven doet hij. Michael Owen wordt gebracht en de bank lonkt. Maar in de chaos die de neergang van het imperium van de Galacticos teweegbrengt weet hij als kind van het huis een uitweg te vinden. Hij wordt aanvoerder, Owen krijgt weinig speelminuten en verdwijnt na een seizoen naar Engeland. Eén voor één volgen de andere Galacticos en hij blijft over. Een autoriteit die niet meer bekritiseert mag worden. Waar voetballers met toekomst als Sneijder, Higuaín, Baptista voor uit positie moeten spelen.

Raúl spreekt weinig voorbij de platitudes die een aanvoerder van Real Madrid dient te bezigen dus het is onmogelijk te weten te komen wat hij zelf van de situatie vindt. Is hij cynisch? Kwaadaardig? Of is hij een Quijote? In de wedstrijd tegen Murcia werd zichtbaar dat hij naarstig op jacht is naar eigen glorie en, misschien erger, bepaalde spelers die twijfelen aan zijn macht, Robben als brutaalste, overduidelijk weigert de bal toe te spelen (of net te laat.) Hij is verworden tot een tiran, omringd door bange trawanten die hopen dat hij neervalt voordat ze zelf moeten verdwijnen, terwijl hij zelfs steeds slechter zijn imago van verlicht heerser kan ophouden. Real Madrid kan met hem kampioen worden (een zwaar onderschatte prestatie) maar zal voorlopig niet tot echt grote daden in staat zijn. En toch, in december in Bronx Nou hoe slecht Raúl ook speelde opeens realiseerde hij zich dat hij niet gewisseld kon worden, dat zonder hem iets van een ziel uit het elftal zou verdwijnen. Een laatste angst, want die ziel wordt vanzelf vervangen, als de opening maar bestaat.

martes, abril 15, 2008

92. Didier Six in Maracana



Niet zozeer voetbal, als wel iets tussen dans en poëzie in.

martes, marzo 04, 2008

88. El Buitre



Vanzelfsprekend is de combinatie opera en voetbal gevaarlijk, want de pathetiek, extra zwaar bij gevallen cultuurgoed, ligt op de loer. Het doet denken aan die verschrikkelijke muzikale tussenstukjes waarmee de NOS sinds jaren de voorbeschouwingen van live voetbal mee “opleukt” (want anders zouden mensen zich nog eens kunnen gaan vervelen.) En toch werkt dit fragment Witte Schoonheid briljant in combinatie met Puccini. Dat heeft allereerst met de elegantie van het voetbal te maken, de achteloze passes, de fantasie en aan de andere kant natuurlijk met nostalgie. Voetballers die niet meer voetballen (of zoals Juanito een Spaanse dood zijn gestorven), voetbal dat niet meer zo gespeeld wordt, een meer afstandelijke beleving van het voetbal sinds die spannende avonden in de jaren tachtig. Prachtige details ook, Juanito die direct door heeft dat er iets monumentaals heeft plaatsgevonden en Butragueño op de schouders neemt, de verdedigers van Cádiz die hem vervolgens feliciteren (een heel Spaans gebaar dat.)

martes, febrero 19, 2008

85. Real Madrid – Ajax 1973

Een oefening in demystificatie. Misschien onbewust opgezocht in deze tijden van verwarring bij Ajax, waar de worsteling met het verleden alweer naar de oppervlakte komt dankzij het rapport Coronel. Halve finale van de Europacup I seizoen 1972/1973 waarin de bekerhouder Ajax eerst thuis speelde en het redelijk moeilijk had met Real Madrid maar toch won met 2-1. Door de late tegengoal van Pirri een lastige uitslag omdat Real in Bernabéu genoeg zou hebben aan een 1-0 overwinning.

Dit is de wedstrijd die vaak wordt aangehaald als voorbeeld van de superioriteit van Ajax in hun gouden jaren. Zo gezien valt de realiteit in zijn droge 90 minuten niet mee. Ajax (in mooi compleet rood tenue met witte details van Le Coq Sportif) oogt verveeld, met name in de eerste helft wachten ze af en spelen eigenlijk met vuur. Of is dat gespeeld? Real dringt wel aan maar kan geen echte vuist maken en wat het meeste opvalt is dat er twee verschillende typen voetballer tegenover elkaar staan. Ajax is fysiek al superieur, de spelers zijn langer en vooral sneller, een snelheid waarmee defensief bijna alle problemen worden opgelost (en anders zijn er wel tweebenige tackles van Blankenburg of Neeskens.) Ten tweede valt op hoe slecht Cruijff speelt. Ongeconcentreerd, struikelend, weinig oog voor Rep die keer op keer vrij staat.

Aan het begin van de tweede helft scoort Ajax op een manier die typisch is voor de wedstrijd. Gerrie Mühren schiet van buiten het strafschopgebied en de bal wordt nog door een verdediger geraakt waardoor keeper Remon kansloos is. De wedstrijd is dan ook over, want Real Madrid heeft duidelijk niet de fysieke mogelijkheden om Ajax op te jagen dat heel geduldig de bal rond tikt om bij aanvallen van de tegenstander uit het niets de buitenspelval keer op keer in te zetten (wat een keer gigantisch mislukt met bijna fatale gevolgen.)


Snel na het doelpunt volgt het moment waardoor deze wedstrijd nooit is vergeten. In Nederland, want een beetje zoals de status van de Tachtigjarige Oorlog in Spanje valt het de Spaanse televisiecommentator, midden in een argument over hoe Real de wedstrijd moet gaan keren, niet eens op (herhalingen zijn dan nog alleen bestemd voor doelpunten en hele grote kansen.) Ajaxfans zien het vaak als het summum van de Ajax superioriteit, ook al heeft Mühren, zelf fan van Real, later ontkend dat het iets met vernedering te maken had. Net over de middenlijn wordt de bal door Suurbier met een fraaie boog breed gekruld naar Gerrie Mühren die compleet vrijstaand de bal in een keer op de voet neemt, hem nog vier keer hooghoudt en vervolgens op de voet compleet stillegt en naar het gras brengt, om de aanval te vervolgen. Een prachtig maar ook, in de zee van negentig minuten, plotseling klein moment.

Rep mist nog een ontzettende grote kans (toekomstvisioen van München) en Ajax speelt de rest van de wedstrijd uit zoals ze dat inmiddels gewoon waren, de bal rond tikken terwijl de tegenstander gelaten moet toezien. Wanneer de wedstrijd is afgelopen klappen de spelers voor het publiek en Bernabéu applaudisseert voor Ajax, heel beleefd. Daarna is er nog de finale in Belgrado die zoals we allemaal weten routineus door Ajax wordt gewonnen en een tijdperk mee wordt afgesloten. Voor Real Madrid breekt een overgangsfase aan, binnen enkele maanden mogen er na een jarenlange stop weer buitenlandse spelers in de Spaanse competitie spelen. De transfer van Cruijff zal mislukken en Netzer wordt gehaald, de generatie Santillana – Del Bosque – Camacho zal doorbreken en nadat het schokeffect Cruijff voorbij is domineert de club in Spanje de jaren zeventig.

Ten slotte de vraag die hem vaak wordt gesteld: als Real Madrid tegen Ajax speelt, voor wie ben je dan? Antwoord: Ajax. Want als Ajax tegen Real Madrid moet spelen is het op de top van zijn kunnen en bezig met iets speciaals. Real Madrid doet altijd wel mee met de grote jongens dus dan gun je Ajax zijn momenten. Zoals de zaken er nu voorstaan gaat het nog heel lang duren voordat beide elkaar weer tegenkomen

domingo, diciembre 23, 2007

78. Witte Kerst



Barcelona - Real Madrid 0-1

(en dat zonder al te veel moeite.)

Na twee dagen is het tijd om de gedachten te verzamelen die onrustig bleven dwarrelen maar eindelijk zijn neergedaald. En dan te bedenken dat hij bijna de wedstrijd niet wilde kijken omdat hij van het gebruikelijke scenario uitging: snel doelpunt van Barça na onoplettendheid van de verdediging, einduitslag 3-0. Iemand omschreef het al als “Victoria en Mordor” en uit dezelfde referentie zou ik graag willen citeren, “I come back to you now, at the turn of the tide”, want dat heeft zondag natuurlijk definitief plaatsgevonden. Real Madrid heeft weer het heft in handen, staat op de rails, is zelfverzekerd en boezemt angst in. Barcelona heeft op bizarre wijze het initiatief verloren door de Galacticos decadentie van Florentino te kopiëren. Nu wordt duidelijk dat de spoedtransfer van Henry na het kampioenschap van Real meer problemen veroorzaakt of beter afschermt dan oplost. Het enige wat steekt aan zondag is dat ze de superioriteit niet hebben omgezet in een vernederende 0-3 of 0-4 terwijl daar wel de mogelijkheden voor waren.

Schuster heeft redelijk snel een formule gevonden voor een elftal dat werkt, zelfs met een aanvoerder die per decreet (slecht) speelt. Aan de andere kant viel hem zondag de paradox op dat Raul ook niet gewisseld kon worden omdat er een soort ziel uit het elftal zou verdwijnen. De basis is natuurlijk gelegd met de verdediging. Ramos en Heinze op de vleugels maar vooral met het duo Cannavaro – Pepe in het centrum. Pepe zal de komende zeven jaar heersen en zich ontwikkelen tot een van de beste centrale verdedigers uit de geschiedenis van de club. Technisch, geconcentreerd, fanatisch en met intrigerend anticipatievermogen. Het elftal voelt sterk en heeft al traditioneel lastige uitwedstrijden (Bilbao, Valencia, Barcelona) gewonnen zodat lachend aan de tweede helft van het seizoen kan worden begonnen. Tijd om ook de Vloek van Riazor eens te neutraliseren.

En Barça? Zelfs de valsspelende Smurf had hun zondag niet kunnen redden. Natuurlijk is er Messidependencia, die de afgelopen maanden veel heeft gemaskeerd. Ronaldinho speelde zondag niet eens zo slecht en krijgt nu in Cataluña massaal de zwarte piet toegespeeld. Hij zal dus deze zomer verkocht worden voor een bodemprijs (ook al zal het marketingtechnisch een flinke aderlating zijn.) Deco is de volgende want die speelde zondag als een spook. Maar eigenlijk is voor Barça het probleem dat twee pilaren van eigen bodem (zo essentieel voor het instandhouden van de nationalistische mythe) Xavi en Puyol niet redeneren. Zondag werd vooral duidelijk dat de beste jaren van Puyol achter hem liggen. Ook hij is een aanvoerder die minstens nog drie jaar per decreet zal blijven spelen, maar zijn verbanning naar de rechtervleugel spreekt al boekdelen. Kortom, veel hoofdbrekens in Camp Nou, een hele opluchting omdat dit nog maar drie jaar geleden onoverbrugbaar leek.

jueves, septiembre 06, 2007

67. Zidane: Un Portrait Du 21e Siècle



Fascinerende film natuurlijk. Over de lengte van een voetbalwedstrijd de beste voetballer van de laatste vijftien jaar volgen, Warhol had het niet beter kunnen bedenken (al is Zidane veel beter gefilmd dan het Warhol oeuvre.) Een film die je op het witte doek moet zien om volledig opgezogen te worden in het spel van geluid en eenzaamheid. Die bizarre eenzaamheid van Zidane, omringd door 21 andere voetballers, een blinde scheidsrechter (de penalty die Villarreal in de eerste helft krijgt is een grap zoals alleen Spaanse scheidsrechters die kunnen verzinnen) en 80.000 toeschouwers. Hij lijkt een lange tijd verward, zoekende, de bal komt niet zijn kant uit, zijn gezicht vertrekt af en toe alsof hij zich afvraagt wat hij hier ook alweer doet. Heel zachtjes mompelt hij soms “hey, hey”, “aquí, aquí”, meer om zichzelf te overtuigen van zijn bestaan dan om de aandacht van een teamgenoot te trekken. Dan lijkt de wat pretentieuze titel zowaar te kloppen, al vergissen ze zich een eeuw, dan is Zizou een soort Zinedine Sisyphe, een reïncarnatie van die andere grootse Algerijnse existentialist met een voorliefde voor voetbal. Kortom, je kan de hele “moderne man verdwaald” interpretatie er zo op los laten.



Voetbal wordt, nu je over de schouder meekijkt in plaats vanaf de tribune/bank, opeens een vreugdeloos spel. Voor Zidane lijkt het meer een strategische denksport met een belangrijke rol voor de blik en geduld dan iets lichamelijks. Even klinkt op de soundtrack het geluid van voetballende kinderen maar ze lijken een totaal ander spel te spelen. Wanneer hij daadwerkelijk de bal beroert zijn het flitsen, zo snel als de beweging van een samoerai. Korte ingrepen in een traject van de bal. Pas tegen het einde schudt hij zijn zware gemoed van zich af, kan hij even dollen met Roberto Carlos, dwingt hij als een ware empereur de bal compleet tot stilstand door er op te staan, maar die moet blijven rollen daar kan hij zelfs niets aan doen. Dan moet je je afvragen of Zidane een briljante acteur is, die eindelijk bewust wordt van de camera en de climax ensceneert waarbij hij een rode kaart krijgt (in een opstootje lijkt hij een tegenstander een klap te geven, het gaat te snel om te verifiëren.) Totaal onverwacht als je hem daarvoor een hele wedstrijd kalm, emotieloos ziet rondlopen, minder onverwacht gezien zijn rode kaart voor gelijksoortige vergrijpen waarmee hij natuurlijk ook zijn eigen carrière op grootse en tragische wijze beëindigde.

Overigens ook een interessante film voor de Real Madrid watcher. Aan de marges van Zidane’s presentie word je een blik gegund op de terminale fase van de galacticos decadentie. Gisteren overviel hem na de film een gevoel van opluchting: dat nefaste tijdperk is voorbij.

lunes, septiembre 03, 2007

66. Het Moderne Voetbal



Gisteren in de Arena hing een curieus spandoek met de slogan Tegen Het Moderne Voetbal. Hij werd er tijdens de niet bijster goede wedstrijd erg door afgeleid. Wat is er mis met het moderne voetbal? Wat is modern voetbal eigenlijk? En wat betekende dat symbool van die leren knikker naast de tekst? Afijn, uiteindelijk zegt het meer over de gemoedstoestand van de gemiddelde Ajaxfan, een wildersiaanse cocktail van ressentiment, frustratie, ongeduld en foute romantiek. Maar het modernistische voetbal? Dat was gisteren te zien bij Villarreal - Real Madrid (0-5) waar de weergaloze combi Guti - Sneijder een heel elftal in beweging danste. De mooiste wedstrijd die hij in tijden heeft gezien.

martes, agosto 28, 2007

64. Antonio Puerta dood



Nieuws dat hard aankwam. 22 jaar. Zaterdag kreeg Puerta een hartstilstand op het veld en naar het schijnt nog een paar in de kleedkamer en richting het ziekenhuis. Een elegante voetballer die hij ooit in het wit (het andere wit) verwachtte te zien spelen. Puerta zou vader worden. En daar kan zijn gebruikelijk Zen of "wat is de vonk van een mensenleven in het licht van de sterren" relativering zelfs niet tegen op.

miércoles, agosto 22, 2007

63. Real Madrid 2007-2008


Met het gevaar dat het nog geen 31 augustus is en dus na de derby tegen Los Indios met een negatief resultaat nog genoeg tijd en blijkbaar geld is voor paniekaankopen (edit: en zo geschiedde voordat zaterdag was aangebroken :), denkt hij dat dit een goede mix is van solide scheenbeenterroristen en esthetici om een vierde plaats te bewerkstelligen achter Barça, Sevilla en Valencia, waarna volgend seizoen een ingespeelde machine glorieus kampioen wordt:

......................................Casillas.........................................

Cicinho Ramos...........Metzelder..............Pepe..............Heinze............

.............................Gago.............Diarra................................

........................................Guti...........................................

......................................Sneijder.........................................

.............................Higuaín..........Van Nistelrooij........................



(en wat een fijne bank met Robinho, Robben, Drenthe, Baptista, Saviola en Cannavaro...Raul ergens vastgebonden aan een paal buiten het stadion.)

Laatste opmerking: lelijk thuisshirt. Zeer geslaagd uittenue.

domingo, junio 17, 2007

58. De Comeback en de tranen van Casillas

En dan is het nu tijd voor een Spaans avant-gardistisch gedicht:

Catalufos, cabrones.
Saluda a los campeones!



Uit totaal verloren positie, verloren in een doolhof van dramatisch voetbal toch op de laatste speeldag kampioen worden. Met misschien geen briljant voetbal (zelfs vandaag tegen Mallorca was het een uur lang om te grienen zo slecht), maar wilskracht van een elftal heeft ook iets moois. Al mist hij het aristocratische voetbal van Real Madrid onder leiding van Redondo circa 2000, lange aanvallen vol kleine combinaties, hakjes, lobjes waarbij het scoren tot bijzaak werd gemaakt.

Waarom is dit gebeurd? Allereerst werd in januari de tumor Ronaldo verwijderd uit Madrid, met zijn verwende desinteresse heeft hij jarenlang Real zitten tegenwerken. Beckham, een ongekend populaire speler werd uit de selectie verwijderd en keerde terug om beter dan ooit te gaan spelen. Er werd een proces van verjonging ingezet. Dan was er het trauma van München wat uiteindelijk louterend heeft gewerkt. Een paar dagen later in Bronx Nou, als Rocky tegen de touwen, was er opeens het besef dat ze konden voetballen en sindsdien hebben ze niet meer teruggekeken. Met miraculeuze ontsnappingen, comebacks in comebacks, kleine veldslagen.



Vandaag tegen Mallorca was weer afzien en toch was de jouissance vorige week tegen Zaragoza groter, te vergelijken met Zidane’s doelpunt in de finale, Redono’s actie tegen Manchester, de goal van Mijatovic in de Arena. Die 18 seconden waarin er hoop was, het scherm splitscreen ging en in Barcelona ook een gelijkmaker viel…dat zijn momenten die blijven vibreren, een te plotse omslag van droevig cynisme naar euforie.

Sevilla had hij de titel gegund, maar zij wilden hem uiteindelijk niet. De helft van de blijdschap zit hem echter in het lachen om de Barça aanhangers, fans van de meest vervelende club die er bestaat. De hybris van siete titulos die wel even gewonnen zouden worden. Met Laporta die steeds verder de club politiseert met de steun voor L’Estatut, het kinderachtige Catalaanse vlaggetje in nek van het shirt en het vermoeden, wat zelfs verstokte Barçafans irriteert, dat een middelmatige speler als Oleguer moet spelen vanwege zijn nationalistische sympathieën. En dan hebben we het nog niet over de schandalige buitenspeldoelpunten, spookpenalties en het goedgekeurde volleybaldoelpunt van de dribbelsmurf tegen Espanyol. Het gevoel boven de wet te staan (de nare poging om de meer dan terechte rode kaart van Ronaldinho tegen Getafe kwijt te schelden.)

Het mislukte vandaag toch weer bijna (zeker na de vroege blessure van Van Nistelrooy zag hij het niet meer zitten), een microkosmos van het seizoen, waarin de club uit een lange schaduw verschijnt en wordt wedergeboren. Hoeveel er ook nog moet veranderen in dit zooitje ongeregeld. Ironisch genoeg gaat Barça ten onder aan dezelfde Galacticos decadentie die Real de afgelopen jaren heeft vergiftigd. Eens kijken wat de zomer aan veranderingen brengt want volgend jaar moet er veel beter gevoetbald worden.

Kortom waar Ajax van droomt maar op knullige wijze verspeelt doet Real Madrid “gewoon” omdat het de grootste, de mooiste, de edelste, de meest knotsgekke club ter wereld is. Met de meest lieve speler die er bestaat: Iker Casillas, die zijn tranen niet kon bedwingen toen Real op voorsprong kwam, een eeuwig jongetje en daardoor ook ongewoon mengsel van speler en fan.

jueves, mayo 24, 2007

55. Bam...1-0




Zo maar wat voetbalnostalgie. Hij kan deze wedstrijd nog precies voor de geest halen. Niet de wedstrijd zelf maar de ervaring van de wedstrijd die in 1982 niet live werd uitgezonden. Een zonovergoten lentedag en hij voetbalde voor de flat op de weidse grasvelden met wat vrienden. De zus van een van zijn vrienden luisterde binnen naar de radio en kwam af en toe over het balkon de tussenstand door geven.Vooraf hadden ze hem geknepen, want als Ajax deze wedstrijd zou winnen kon het kampioenschap niet meer ontsnappen (een soort miraculeuze comeback nadat Cruijff in december was teruggekeerd en weer met briljante passjes begon te strooien.) Ah, die onvergetelijke blijdschap na de bevrijdende 1-0 die oversloeg in hilariteit toen de score uitliep naar 3-0. Lerby’s finest hour. Mooi, onderschat elftal overigens dat verfijnd/loom technisch voetbal speelde met Jesper Olsen, La Ling, Jansen, Molenaar, Rijkaard, Vanenburg en af en toe al Van Basten. En met de Gabri van die tijd Dick Schoenaker (die alleen een beter schot had en dus regelmatig scoorde…in deze wedstrijd de 3-0.) Dat shirt is ook nooit mooier geweest. En toch dat rare sfeertje van verval, misschien door het Olympisch Stadion, misschien door bredere bewegingen, niet alleen Amsterdam in 1982 of voetbal in die periode maar het hele gevoel van overgang naar iets anders, nog onbestemd.

De 2-1 van Keje Molenaar in de kampioenswedstrijd een maand later tegen AZ'67 doet hem afvragen: waarom wordt er niet meer zo geschoten? Technisch gezien is het niet bijster lastig. Dus een mentale kwestie. De afwezigheid van een bepaalde brutaliteit...vrijheid? Vrijheid om te denken "ik ga deze bal eens lekker in het doel rossen!"

domingo, marzo 18, 2007

50. Einde/Begin Cyclus





af·straf·fen (ov.ww.)
1 (iem.) de nodige straf toedienen
2 profiteren van een fout van de tegenstander
3 PSV – Ajax 1-5

(Ongelofelijk eigenlijk dat het pas de derde keer is dat hij bewust een overwinning in Eindhoven meemaakt. Maar, het moet gezegd worden, dan zijn het ook kunstwerken.)

domingo, marzo 11, 2007

49. Barça – Real



De wedstrijd in Nou Camp is nooit prettig en toch gaat hij er als gehypnotiseerd meestal naar toe. Een soort masochistisch ritueel. Gisteren dus niet, omdat Real Madrid zijn eeuwige rivaal onder controle heeft, en toch op het laatst weer wel, omdat in de laatste minuut een zekere overwinning uit handen wordt gegeven. Maar voetbal is niet eens het plezier van gisteren (sowieso is voetbal plezierloos aan het worden), het plezier is van taal. Want er is geen betere voetbal ervaring dan die van het live verslag op de Spaanse radio. Hier geen gortdroge en valse hang naar objectiviteit zoals geperfectioneerd in Nederland (sinds de dood van Theo Koomen) met de commentator als eenling die namen opdreunt. Nee, hier een kakofonie van stemmen. Minsten vijf sprekers. Een evenement met als achtergrond de wedstrijd. Langlopende discussies worden opgepikt, sigaretten hoorbaar opgestoken, reclame voor whiskey bijna naadloos door het narratief geweven, spelers in lange tirades afgekraakt totdat er opgewonden “Ojo! Ojo!” wordt geroepen omdat er gevaar dreigt. Dan wordt minutenlang het spel genegeerd voor nieuwe discussies. En er is humor, sarcastische afrekeningen, juichende terechtwijzingen, wanneer iemand teveel onzin praat mag hij zelfs afgefloten worden (en ja, daar is een speciale jingle voor.) Dit alles in een zwaar klimaat van ironie omdat het seizoen van Real Madrid een catastrofe is. Een gezellige chaos die zoiets als de Spaanse psyche karakteriseert (hij heeft totaal niets tegen Catalanen maar ze hebben in ieder geval wat betreft voetbal geen enkele humor, worden gedreven door een verbittering en zelfhaat die alleen maar erger worden gemaakt door de steken van typisch Madrileense ironie.)

lunes, julio 10, 2006

24. Boodschap aan toekomstig zelf over het WK2006

Aantekeningen voor de toekomst, zodat niet in een nostalgische bui dit WK wordt opgehemeld. Want het was een matig WK, iets beter dan 2002 maar met teveel slechte arbiters, saai voetbal, een dramatisch gebrek aan goede aanvallers en de vloek van het 4-5-1 systeem.

1. Oranje. Er werd van hem enigszins schertsend verwacht dat hij een essay zou schrijven over Oranje-onder-Balkenende, totdat JP bij de eerste de beste rustdag van het WK de lol van die analyse wegnam. Het wordt bijna te makkelijk. Je kan het zo invullen Oranje als metafoor voor het huidige Nederland: waar werken zonder reflexie het hoogste goed is geworden, waar we “wel normaal met elkaar moeten omgaan”, waar gezocht wordt naar geforceerd en achterhaalde ideeën van gemeenschap, waar saaiheid en degelijkheid een rustgevend gevoel geven, waar op creativiteit wordt neergekeken, waar agressie uit het niets verschijnt, het ontbreken van leiderschap een gevoel van richtingloosheid geeft en waar multiculturalisme wordt genegeerd. Waarom denk je dat ze in zo’n lelijke simulatie van een jaren vijftig shirt speelden? Kortom Nederland heeft een nieuwe jaren zestig/zeventig nodig, al was het maar op voetbalgebied. En hoe zoet is het dan om Frankrijk al multiculturele entiteit, waar niet om wordt gekeken naar een tot de islam bekeerde Ribery (stel je even het gezeik voor als Van Persie hetzelfde zou doen), zichzelf het toernooi in te zien vechten.

2. Spanje. Interessant dat K-punk het continu falen van Engeland analyseert als een soort verslaving aan verlies, want Spanje lijdt hier aan, in een misschien iets edelere, variant. Spanje speelde waarschijnlijk het mooiste en meest aanvallende voetbal van het toernooi en gaat dus weer eens aan schoonheid ten onder. Een pijnlijke observatie aan het begin van de tweede helft van de wedstrijd tegen Frankrijk: een angst sluipt het collectief in en die angst is een angst om te winnen. En toch, de as Casillas – Ramos – Fabregas – Torres kan alleen nog maar groeien en zeker drie toernooien mee. Alleen, wie verhaalt ze de mogelijkheid van een kampioenschap?

3. Brazilië. Je speelt in Nietzsche’s geboorteland. Iemand was ze vergeten te vertellen dat op dit continent God ze niet kan helpen. En de lange arm van de arbiter reikt gelukkig ook niet tot in het oneindige. Zelden moet er zo’n onsympathieke verzameling overhypte voetballers bij elkaar zijn gebracht. Voor Brazilië zijn is iets voor kinderen…en de makkelijkste meelopers die geloven in een mythologisch Brazilië. Een Brazilië waarvan het voetbal een levensfilosofie van onbezorgd genot spiegelt. Maar achter de façade van zondeloze seks, dans, zon en…uhm…modernistische architectuur leeft een wegrottende wereld van AIDS, corruptie en ultrageweld. En dat symboliseert dit Braziliaanse elftal veel beter. Bovendien teren ze al jaren op de schoonheid van het elftal van 1982, sinds het debacle van het WK 1990 spelen de kanaries so-Duitser-dan-Duits.

4. Argentinië – Mexico 2-1. Samen met de halve finale Italië – Duitsland de enige legendarische wedstrijd van het toernooi. Een moordend tempo, twee gelijkwaardige teams met liefde voor de bal, hard maar niet gemeen. Helaas voor Mexico zijn ze voorbestemd om in een zelfde tragische cyclus als Spanje te leven.

5. Riquelme. Fascinerende voetballer. In het bezit van een haast virale traagheid, wanneer hij de bal krijgt vertraagt de realiteit. Naast een prachtige traptechniek in het bezit van een trieste blik, een existentiële laag die maar weinig voetballers nog hebben. Maar het was vorig jaar tijdens de Confederations Cup al duidelijk dat Argentinië niet met Riquelme kampioen zou worden. Alles moet via hem gaan en het vermoeden rijst dat het spel hem eigenlijk niet zoveel interesseert, Riquelme’s relatie tot de bal is een soort bewegende spiegel of vriend en wat heeft winnen, verliezen in zo’n relatie te zoeken? Iedereen zag dat Pekerman in de wedstrijd tegen Duitsland cruciale blunders maakte met de wissels maar wat duidelijk werd is dat toen Riquelme niet meer in het veld stond en niet was vervangen door die andere spelverdeler Aimar, er teveel waterdragers in het veld stonden. Mascherano, Rodriguez en Gonzalez zijn aardige maar saaie voetballers, een door en door conservatieve structuur werd zichtbaar. Argentinië speelde opeens zonder hersens.

6. Pirlo. Pirlo is een ouderwetse Voetballer in de Van Hanegem “snelheid bestaat niet” zin. Kalm, de bal op prachtige wijze meteen onder controle, in het bezit van een heerlijke draaibeweging en pass. Hij heeft iets van een stoner, altijd rustig, verzonken in een eigen denkwereld en met cool lang haar. De halve finale tegen Duitsland was een meesterwerk van intelligent voetbal. Net dat sprankje hoop dat de pessimist nodig heeft.

7. De goal van Grosso. Wat is een favoriet doelpunt? Een mooie knal van afstand, een aanval over veel schijven? Of maakt het moment van scoren ook uit? Als totaalervaring is de 1-0 van Italië in de halve finale zijn favoriete doelpunt van het toernooi. Ja, het zoeken en het passje van Pirlo zijn geniaal, het in een keer met doorzwaaiend been aan de bal een krul geven om de keeper heen net zo, maar het gaat natuurlijk ook om het moment, het scoren van een prachtig doelpunt in de laatste minuut van een verlenging in de halve finale van het WK. Nog mooier wordt het door het juichen van Grosso, een verwijzing naar Tardelli aangevuld met een jongensachtige lach. Essentieel detail. Voor de complete ervaring is het Italiaanse commentaar nodig, dat nog mooier wordt na de 2-0, in wat in Italië inmiddels een legendarisch televisiemoment in wording is: Fabio Caressa en Beppe Bergomi die elkaar geëmotioneerd toeschreeuwen “Si va a Berlino! Andiamo a Berlino, Beppe!!!”

8. Zidane. Keizerlijk. In het totale bewustzijn dat het er niet meer toe doet kon hij eindelijk weer lekker voetballen. Net zo fascinerend als alle aannames, draaibewegingen, passjes waren de beelden van Zidane na een gewonnen wedstrijd, waar hij opeens leek te groeien, een voetbal Boeddha die zichzelf heeft geleegd en dan even…die lachende knipoog.
[schreef hij voor de finale]
Voetbal kent geen gerechtigheid, dat moet hij keer op keer ervaren en weer vergeten, anders is er niets aan. De finale werd door Zidane getransformeerd van een intrigerende, enigszins saaie, wedstrijd in iets uit De Gebroeders Karamazov, Underworld. Zoveel sporen. Napoleons terugkeer en definitieve verbanning (de kleedkamer als Elba, of beter Sint Helena.) Zidane was duidelijk de man van de wedstrijd nadat Frankrijk in de tweede helft de wedstrijd naar zich toe trok, bijna de winnende goal inkopt nadat hij eerst op sublieme wijze de 1-0 van de stip had gescoord. En dan wanneer je het niet meer verwacht wordt hij getroffen op zijn achillespees, niet de fysieke natuurlijk maar de mentale, de held gebeten door de grootste slang in voetbal. Want net als Achilles wordt Zidane achtervolgd door een vurig en onvoorspelbaar temperament. Het resulteert in een bizarre, bewuste zelfdestructie. Onvergetelijk omdat het pijn doet, omdat er een prachtig scenario klaar lag. De “wat als?” vragen steken meteen de kop op (al was het ook ergens een logische uitkomst van een reeks, langzaam, een voor een, vielen de Franse leiders –Viera, Henry- uit.)
Moralisten kunnen natuurlijk weer niet verder kijken dan “een laatste daad die alles tenietdoet”, beseffen niet de kracht, de wond van de tragedie…dit is Zidane, grootste voetballer sinds Platini, brenger van schoonheid. Hem is alles vergeven.

(vijf minuten na publicatie het nieuws dat Zidane tot speler van het toernooi is uitgeroepen. Dan toch een opgelucht gevoel dat er genoeg mensen zijn die in voetbal schoonheid boven moraal verkiezen.)

miércoles, junio 28, 2006

23. L’Année du Football 1980


Een wonderbaarlijke schatkist. Eerder had hij het voetbaljaarboek 1981 Une Saison de Football van Eugene Saccomano 2e hands aangeschaft als studiemateriaal in de shirtqueeste maar het is duidelijk dat de L’Année du Football reeks beter is: veel meer foto’s, meer aandacht voor het internationale voetbal en met essayachtige stukken waar Saccomano meer van de Voetbal International “interviews met bobo’s zijn interessant” school is. Eigenlijk had hij 1980 gekozen om meer van het seizoen 1979-1980 van Saint-Etienne te leren maar wat hij zich al lezende realiseert is dat dit het seizoen van zijn bewustwording van voetbal was, zijn eerste echte wedstrijd in De Meer en naar alle waarschijnlijkheid de eerste Europa Cup finale die hij mocht zien (heel mistig ziet hij doelpunt van Nottingham Forrest tegen HSV in zwart-wit voor zich.)

Het boek begint misschien verrassend met een aantal stukken over de opkomst van Diego Maradona en het doet hem denken aan hoe in die tijd, de komst werd verhaald, hoe lang het duurde (het WK van 1982) voordat we de vooruitgesnelde legende werkelijk konden zien. Iedereen wist dat er genie was geboren in Zuid-Amerika en die informatie kwam lezend tot je. Daarom was de vriendschappelijke wedstrijd (of zelfs de tournee) zo belangrijk, dat waren openbaringen, waar een mysterieuze speler als Zico opeens heel dichtbij kwam. Een tijd waar alles nog niet zichtbaar was, een tijd van magie en helden.



De eerder gestelde vraag waarom Saint-Etienne in dat seizoen geen kampioen wordt met een aanval Zimako – Rep – Rocheteau en nieuwe ster Platini wordt op twee manieren beantwoord: Nantes is een beter collectief en zoals hij eerder had vermoed: Piazza keert terug naar Argentinië en daarmee valt de organisatie van de verdediging weg. Vreemd gevoel: voetbalvragen uit het verleden als logisch vraagstuk.



Wat is nu het magnetisme van het Franse voetbal uit die tijd, behalve de wetenschap dat een aantal van de belangrijkste actoren aanwezig zullen zijn in Sevilla 1982? Het is een bepaalde melancholie, een tristesse, die de voetballer uitstraalt. Op een collectief niveau: het Frans nationale elftal speelt fabuleuze wedstrijden en kwalificeert zich toch niet voor het EK, Saint-Etienne swingt in de UEFA-cup maar laat het weer op een cruciaal moment afweten, zoals Nantes weer dom strandt in de halve finale van Europacup II. En het is geen subjectieve melancholie over een bepaald tijdperk, want spelers van de zo succesvolle en efficiënte Duitse en Engelse ploegen bezitten die kwaliteit totaal niet. Terwijl iemand als João Alves direct lijkt te worden overmand door die melancholie (al helpt het verhaal niet dat net wanneer hij Paris St. Germain nieuw elan schenkt door, zeg dat het niet waar is, Genghini kapot wordt geschopt. Een jaar later keer hij terug naar Portugal.) Het is een stijl, een naïeve cool waarmee je zelden wint. Het is ook een melancholie die eigenlijk niet meer bestaat, die waarschijnlijk is op houden te bestaan met het afscheid van Platini (al zie je soms schaduwen in de bewegingen van Zidane.) In die zin is het Franse voetbal al jaren dood (Les Bleus van tegenwoordig hebben niets te maken met die van de periode 1978-1986. Frankrijk speelt niet meer met Franse voetballers.)

miércoles, junio 14, 2006

21. Het ondenkbare denken over Cruijff

“Haantje de voorste willen zijn; zich bedreigd voelen – ageren; alleen aan z(ich).z(elf) denken, niet aan de indruk die hij op een ander maakt; behoefte aan aandacht.”

Psycholoog Grunwald over de jonge Cruijff



De Trots van de Wereld, het boek van Menno De Galan over het gouden tijdperk van Ajax is een fascinerende leeservaring die hem veel duidelijk maakt over zijn meest geliefde periode van Ajax. Het psychologische dossier waarmee het boek veel aandacht kreeg valt uiteindelijk enigszins tegen, Dolf Grunwald is er eigenlijk maar kort in dienst voordat Michels zenuwachtig wordt van zijn aanwezigheid, al moet gezegd worden dat Grunwald heel scherp de verhoudingen binnen Ajax ziet. Jammer dat De Galan hier droog verhaald (het moet wel voor een groot publiek begrijpelijk blijven terwijl hier fijn had kunnen worden uitgepakt…een definitieve psychoanalytische studie naar doodsdriften, neuroses, paranoia, vadercomplexen, kortom een totaal psycho-culturele inbedding van het grote Ajax.)

Er zijn twee overkoepelende zaken die opvallen. Allereerst, het korte tijdsbestek waarin Ajax uitgroeit van amateurvereniging tot sterkste clubteam van de wereld (zes jaar), hoe kort eigenlijk de periode is waarin Ajax heerst met totaal voetbal en hoe weinig Michels daar direct mee te maken heeft. Want zoals De Galan stelt is het pas in het seizoen 1971-1972, wanneer Michels is vertrokken, dat Ajax opeens echt begint te swingen (nooit geweten dat Cruijff vanaf dat seizoen met rugnummer 14 speelt en dat ook maar twee seizoenen doet, bij Barcelona speelt hij immers weer met nummer 9.) Het is in het proces van loslaten van de Michels dictatuur dat Ajax op zijn best is en het Kovacs-effect werkt ook maar een jaar. In het seizoen 1972-1973 wordt zijn losse methode (zoals die laatste het zelf verdedigd tegenover het proletenbestuur: “humanistisch socialisme”) de groep fataal. Er volgt ook een mooi beeld van de vergeten seizoenen na 1973 onder Knobel en Kraaij en dan realiseer je opeens dat Ajax bijna altijd een chaotische en vervelende club is geweest met maar een paar jaren van vruchtbare Grote Projecten (Michels, Cruijff en Van Gaal.)

Ten tweede. Hij had het verdrongen, waarschijnlijk omdat Cruijff veel sympathieker is geworden als trainer, opa, post-hartaanval, als ietwat warrige oude man dan hij als speler ooit was. Hij heeft eigenlijk alleen bewust het verraad van 1983 meegemaakt, wat hem als kind compleet uit het veld sloeg (hij weet nog precies de Studio Sport uitzending aan het eind van het seizoen waar de transfer naar Feyenoord werd aangekondigd, de ontnuchterende Dik Bruynesteyn tekening van Cruijff in Feyenoord-shirt.) Maar eerlijk is eerlijk, Cruijff was een klootzak, de hele tijd is hij bezig om te ontsnappen aan Ajax, op ziekelijke wijze geobsedeerd met geld. Auke Kok heeft misschien toch gelijk wanneer hij een tijd geleden stelde dat Cruijff de echte grootsheid mist van Beckenbauer. Hij miste in ieder geval in vergelijking met bijvoorbeeld Di Stefano, een bepaalde trots, de pure wil-tot-winnen (en de gedachte die in die tijd al heerste, dat Cruijff stokte wanneer andere grootheden tegen hem speelde, is waarschijnlijk correct, en zou ook interessant psychologisch studiemateriaal kunnen zijn.) Cruijff is een intrigant, waar hij komt ontstaat ruzie en saboteert hij uiteindelijk een collectief potentieel (het missen van het cruciale kwalificatieduel voor het WK 1970 om schoenen te gaan kopen in Milaan, het te vroege vertrek in 1973, de WK finale van 1974, het laffe gedrag rond het WK 1978) of devalueert hij zijn eigen grootheid (de slecht georganiseerde afscheidswedstrijd van 1978, het Amerika avontuur, de transfer naar Feyenoord.) Waarbij als verzachtende omstandigheden kunnen worden aangevoerd dat hij niet de makkelijkste mensen tegenkomt: Michels, Weisweiler, Harmsen, Nuñez, KNVB bobo’s.) Ongelofelijk dat iemand die minstens drie WKs had moeten spelen (en er twee had moeten winnen) zo heeft gefaald.



En dit is zijn favoriete speler aller tijden, Platini komt een beetje in de buurt maar Maradona zeker niet (hij kan Maradona vooral herinneren als een speler die continu werd omver getrapt/getrokken/geduwd…nooit echt aan spelen toekwam.) De herinneringen aan de comeback wedstrijd tegen Haarlem (het winterse licht, een gevoel van euforie, van moeiteloos voetbal) is inmiddels bijna compleet gemedialiseerd terwijl hij zich in vak L ongeveer recht achter de baan van die miraculeuze lob heeft bevonden. Maar de echte helden van dat Ajax (of zijn het de noodzakelijke tegenkrachten van Cruijffs nerveus neurotisch spel en habitus?) wordt duidelijk in De Trots van de Wereld zijn Piet Keizer, met zijn kalme artistieke voorkomen en de idealist Barry Hulshoff. Er is een prachtig moment wanneer die spanning zichtbaar wordt: na de finale van 1973 lopen alleen Cruijff en Hulshoff met de gewonnen beker een ereronde, maar Hulshoff houdt zijn rode Le Coq Sportif shirt aan omdat hij het wil veilen ten behoeve van slachtoffers van de Vietnamoorlog.

(Eigenlijk is dat wat
De Trots van de Wereld te weinig doet: het is een fantastische reconstructie van het gekonkel achter de schermen maar er wordt te weinig duidelijk gemaakt waarom Ajax zo mooi voetbalde, waarom Cruijff zo’n fenomenale voetballer was. )

viernes, junio 02, 2006

18. Ajax – Bayern München 1973

Zijn vader kon heel spannend de WK finale van 1974 navertellen. Dat en zijn verwondering over het Ajax van Cruijff zijn eigenlijk de basis van de voetbalideeën die hij zelf nu uitdraagt. Dat Ajax is eigenlijk veel te weinig te zien, die drie seizoenen zijn een gift aan de mensheid, verreweg het mooiste wat Nederland ooit heeft geproduceerd en toch word je altijd afgescheept met dezelfde beelden van de drie finales. Dit soort wedstrijden zouden om twaalf uur ’s nachts herhaald moeten worden omdat het goed voor de opvoeding is. Het is in ieder geval de hoogste tijd om dat Ajax aan het werk te zien op de top van zijn kunnen, want waarom gaat hij eigenlijk nog naar wedstrijden van Ajax anders dan een vervliegende en steeds zwakkere echo op te vangen van dat Ware Voetbal.




7 maart 1973 speelt Ajax in de kwartfinale tegen Bayern München in wat 32 jaar later door L’Equipe zal worden betiteld als de beste Europa Cup wedstrijd ooit, “de beste demonstratie van het Totaal Voetbal.” Daar zal in menig Amsterdams café sinds die tijd over zijn gediscuzeurd. Eigenlijk is meteen duidelijk waarom men zo lyrisch over dat Ajax spreekt, waarom er voor hem ook zo weinig aan valt toe te voegen. Ajax speelt snel, met een verbazingwekkend collectief technisch niveau (verdedigers als Suurbier, Blankenburg, Krol bezitten allemaal een subtiele traptechniek), een wil om naar voren te voetballen en een gebrek aan angst om risico te nemen in de passing (ballen die uit de lucht in een keer diep worden gespeeld), eigenlijk een gebrek aan angst voor balverlies. Dat is waarom Bayern eigenlijk al bij voorbaat een verloren wedstrijd speelt (los van het feit dat Der Kaiser angstvallig achter blijft en er dus geen ideeënman is voor de aanvallende lijnen), Ajax beheerst het middenveld compleet, onderschept keer op keer passes.

Er is even een fase in de eerste helft dat Bayern in de wedstrijd komt, vooral dankzij Breitner maar als het te gevaarlijk dreigt te worden, draaien de rood-witten (en wat voor een rood-wit, Le Coq Sportif natuurlijk, diep rode baan, mooiste Ajax shirt ooit) een tandje bij. Ajax is op bijna depressieve wijze superieur, de bal kent geen geheimen voor dit elftal en ze hebben geduld, doelpunten komen vanzelf (en anders weten ze dat ze de return gewoon winnen.) Het Totaal Voetbal is geen mythe. Elke speler is op verschillende posities te vinden, Suurbier scoort bijna als spits met een prachtige effectbal de openingstreffer, Cruijff begint als libero aan aanvallen, het veld is lang en dan opeens is het ontzettend druk rond de bal en eindigt er weer een aanval in buitenspel.



Alle doelpunten vallen in de tweede helft en ze lijken zo logisch. Zo onafwendbaar (terwijl aan de basis van de 1-0 een blunder van Maier ligt waardoor Haan de bal in open goal kan schieten.) Mooiste is de 2-0 van Mühren een volley van afstand die in de kruising verdwijnt (al is dat niet bewezen want de camera zwiept net te laat met de bal mee om het doelpunt in volle glorie te tonen.) Daarna wordt met twee prachtige kopballen (weer Haan en Cruijff) Bayern heel droog de les gelezen. Wat je doet afvragen hoe de Duitsers zich na die wedstrijd voelden? Vernederd? Machteloos? Zoals Real Madrid en Juventus zich daarna voelden? In ieder geval blijft altijd die vraag knagen: had dit Ajax niet Real Madrid moeten evenaren, zoals Gerrie Mühren ooit suggereerde dat ze als ze bij elkaar waren gebleven tot ver in de jaren zeventig de Europa Cup I hadden gewonnen. Van dit Bayern hadden ze waarschijnlijk weinig last gehad want dat is in principe hetzelfde elftal wat daarna de macht in Europa over neemt (wat een devaluatie!)

Wat hem soms afleidt van het voetbal is dat onbestemde gevoel. Alsof 1973 door het scherm komt zetten, die kleuren en licht, de kleur van het gras van het Olympisch Stadion (op deze donkere, van videoband op videoband op DVD, bijna droomachtige opname de lichtbron en daardoor nog groener dan normaal), het andere geluid van het publiek (toeters) voelen sowieso als thuis. Nee, het is iets veel heftiger, alsof de hele tijdgeest tastbaar is, je door de muren van het stadion kan gaan, andere auto’s ziet rijden, precies de complete ervaring van de stad uit zijn vroegste jeugd kan voelen, een totaal ander Amsterdam, met een bepaalde naïviteit die hij nooit kan losweken van zijn eigen kindblik. 10-15 minuten fietsen, over de Amstelveense Weg, door het Vondelpark naar de Marnixstraat en daar ligt een bijna tweejarige jongen ongetwijfeld vredig te dromen.