Mostrando entradas con la etiqueta Barthes. Mostrar todas las entradas
Mostrando entradas con la etiqueta Barthes. Mostrar todas las entradas

viernes, noviembre 16, 2007

73. Punctum: tussen boek en vrouwenlichaam



De term punctum, met zijn associaties van prikken, steken, kleine verwondingen, heeft wat hem betreft altijd een erotische lading gehad. Deze foto van Naomi Watts is een perfect voorbeeld, het is niet Watts lichaam dat de aandacht trekt maar de boeken op de bijzettafel (hetzelfde effect wat de foto van Anna Karina hieronder bewerkstelligd.) In die zin wordt punctum iets van een fetisj, de erotiek van het boek in de nabijheid van het vrouwenlichaam (de foto vond hij overigens op een site die gespecialiseerd is in de fetisj vrouwen die poseren met hun handen op hun heupen, intrigerend en ook wel begrijpelijk -echo’s van de moeder die haar autoriteit toont- maar wel uiteindelijk studium, onderdeel van een vaststaand repertoire klassieke fotografische poses. Het punctum van het boek is achteloos.) Maar het mag niet een willekeurig boek zijn. Het punctum smelt weg als het lichaam zich aantrekt tot, zeg maar, Kluun. Boeken over cinema of architectuur, existentialisten, sociologie, Barthes, Dostojevski, Kafka, The Names of Players, de juiste science fiction, alles wat Frans en tussen Baudelaire en Proust in is geschreven, vormen het noodzakelijk persoonlijke aspect van dit punctum.

sábado, junio 17, 2006

22. Michelet

“Allereerst moeten wij aan deze man zijn coherentie herstellen. Dat is mijn inzet geweest: om de structuur van een bestaan (zo niet van een leven) te hervinden, een thematiek, zo u wilt, of misschien beter: een georganiseerd netwerk van obsessies.”



Het favoriete boek van Barthes zelf (zijn tweede boek uit 1954, waar hij zijn favoriete auteur, de historicus Jules Michelet, als onderwerp neemt) is elegant opgebouwd: veel illustraties (van Michelet, zijn familie, zijn graf, zijn onderwerpen en zoals altijd bij Barthes: een voorbeeld van het handschrift, een huis waar hij graag verbleef, plekken uit de jeugd), biografische lijsten, brieven, teksten over Michelet en daar tussen steeds Barthes die een thema analyseert afgewisseld met een hoofdstuk dat bestaat uit fragmenten van Michelet die het thema verduidelijken.

Wat ontstaat is een mooie draaiende relatie (dans? symbiose?) tussen Barthes en Michelet, want Barthes dringt zich weliswaar niet op, hij is natuurlijk dan al een te groot schrijver om louter afstandelijk Michelet te analyseren en zo ontstaat een prachtige spanning tussen tijdperken en schrijfstijlen. Aan het eind, brengt Barthes het mooi bij elkaar:

“Wij kunnen Michelet niet op een lineaire manier lezen, wij moeten aan de tekst zijn lagen en zijn netwerk van thema’s teruggeven: de verhandeling van Michelet is een soort cryptogram, wij dienen er een net van te maken, en dit net is de eigenlijke structuur van het werk. Hieruit volgt dat geen lezing van Michelet mogelijk is als deze niet totaal is: wij moeten resoluut onszelf lokaliseren in de sluiting.”

Een groot schrijver en origineel denker, dat is duidelijk na lezing. Puur op zinsniveau (hij schrijft net als Barthes sublieme zinnen) maar ook als verteller, een intense inleving in het persoonlijke door de geschiedenis heen, van de anonieme heks die zoekt naar medicinale kruiden tot de macabere rit van Robbespiere naar de guillotine.

sábado, abril 15, 2006

12. S/Z

Hij heeft er uiteindelijk een half jaar over gedaan om S/Z (1970) van Barthes uit te lezen. Het is een boek dat je niet in een keer uit leest, het leent zich perfect om zo af en toe open te slaan en een paar lexia tot je te nemen. Dit is immers Barthes beroemde analyse van Balzacs korte verhaal Sarrasine dat hij op zinsniveau (of soms een langer fragment, soms een woord) ontleedt in zogenaamde lexia (561 stuks) en 93 korte essays die handelen over lezen, literatuur, etc.



Een noodzakelijk boek (heeft Barthes ooit een ander soort geschreven?) dat hem als schrijver "psychedeliseert", in hoe het de tekst opent, hem gevoeliger maakt voor de mogelijkheden van schrijven, hem een nieuwe manier van kijken aanrijkt. In het oeuvre van Barthes neemt het ongetwijfeld een essentiële plaats in, misschien zelfs als zijn meesterwerk (ook al is het een van zijn meer rigide, of laten we zeggen meer strengere werken, minder verleidelijk dan wat er na zou volgen ondanks zulke sublieme beelden als de
galaxie des signifiants…hij zou Barthes zo graag in het Frans lezen.) Maar ook cruciaal als kruispunt, hij leest net de interessante stelling dat in het boek letterlijk een positieverandering plaatsvindt, tussen de structuralistische Barthes (de lexia) en de poststructuralistische Barthes (de essays). In zekere zin gaat S/Z nu pas zijn werk doen: zijn schrijfproces, de herlezing van boeken beïnvloeden, maar ook nu pas beseft hij hoe slim het boek in elkaar is gezet, hoe gelaagd, hoe onuitputtelijk.

(Bij twee schrijvers, Nietzsche en Burroughs, overviel hem op een gegeven moment tijdens het lezen altijd dezelfde gedachte “dit is echt het laatste boek wat ik van hem lees!” om bij het omslaan van de laatste bladzijde alweer het verlangen te voelen naar een volgend werk. Zo ook Barthes. Nog voor S/Z klaar was had hij al Michelet (1954) ergens op de kop getikt. Nu leest hij af en toe een fragment en vermoedt dat dit wel eens een van zijn favoriete Barthes zou kunnen worden…iets in de kalme liefde van de zinnen. Prachtig. Daarna zit het er bijna op, alleen nog Sur Racine (1963) en Eléments de Sémiologie (1964) blijven over.)