miércoles, agosto 22, 2007

63. Real Madrid 2007-2008


Met het gevaar dat het nog geen 31 augustus is en dus na de derby tegen Los Indios met een negatief resultaat nog genoeg tijd en blijkbaar geld is voor paniekaankopen (edit: en zo geschiedde voordat zaterdag was aangebroken :), denkt hij dat dit een goede mix is van solide scheenbeenterroristen en esthetici om een vierde plaats te bewerkstelligen achter Barça, Sevilla en Valencia, waarna volgend seizoen een ingespeelde machine glorieus kampioen wordt:

......................................Casillas.........................................

Cicinho Ramos...........Metzelder..............Pepe..............Heinze............

.............................Gago.............Diarra................................

........................................Guti...........................................

......................................Sneijder.........................................

.............................Higuaín..........Van Nistelrooij........................



(en wat een fijne bank met Robinho, Robben, Drenthe, Baptista, Saviola en Cannavaro...Raul ergens vastgebonden aan een paal buiten het stadion.)

Laatste opmerking: lelijk thuisshirt. Zeer geslaagd uittenue.

viernes, agosto 03, 2007

62. Welverdiende Rust en Hervonden Inspiratie



En toch weer dat gevoel van weerstand bij terugkeer, alsof allerlei netwerken klaar staan om hem op te nemen. Een overweldigende reeks (digitale) woorden en muziek die hij eigenlijk niet meer wil opnemen. De afgelopen weken vormden immers een terugkeer naar de eenvoud van het lezen en een hervinden van echte inspiratie, afgewisseld met lange boswandelingen en afgewerkt met de geneugten van de franse gastronomie. Alsace (technisch gezien eigenlijk Vogese) is natuurlijk een vreemd Duitsland-in-Frankrijk en zoals profeten uit de woestijn terugkeerden daalt hij als een soort herboren Nietzsche/Heidegger/Derrida discipel neer in de polder (is het trouwens niet zo dat Heideggers boswandelingen veel meer zeggen dan dat hele Sein und Zeit, veel meer filosofische praktijk herbergen?) Hij wil in wezen niets anders meer dan boeken lezen, heel af en toe afgewisseld met wat tekstproductie en een paar glazen Sylvaner of Muscat.



Dit was ook de vakantie waarin de autorijder in hem werd geboren, wegens ziekte van J. moest hij bijna de hele weg terug rijden maar daarvoor had hij al de autopie mogen proeven die zich bevindt tussen Luik en Luxemburg. Totale Autobahn trance, de Golf tevreden brommend, daar waar geen vrachtwagen durft te rijden (autopie ook omdat er geen autoriteit lijkt te bestaan, de snelweg als werkende anarchie.) Aan de andere kant het besef dat het in Franse stijl racen over glooiende wegen naar de lokale hypermarché hem allang geleden was geleerd in Outrun. Het enige moment ook dat hij naar muziek luisterde (de onvolprezen en zeer luidruchtige Essential Mix van Justice, de rest van de vakantie behoorde toe aan de zeer vreemde introductie tot de beginselen van de filosofie: Bert & Ernie gaan op reis.)

Gelezen:
J.G. Ballard - Low Flying Aircraft. En nog een Ballard verhalenbundel dit keer uit die vreemde periode tussen High-Rise (1975) en het immer ondergewaardeerde The Unlimited Dream Company (1979). Zitten een paar klassiekers tussen zoals ‘The Ultimate City’ en ‘The Dead Astronaut’.

Robert Silverberg - Roma Eterna. Een van de betere alternate histories die hij heeft gelezen na Man In The High Castle en The Years of Rice and Salt. Hier blijkt in de het eerste hoofdstuk dat Mozes de Rode Zee nooit heeft kunnen doorkruizen, ergo geen Christendom en Rome blijft vrolijk tot het heden bestaan. Silverberg is altijd dol geweest op Rome en toch heeft hij oog voor de (gewelddadige) schaduwkanten een eeuwig Rome. Geen vrolijk boek en met een fantastisch eindverhaal over een tweede (astro)messias.

Stanisław Lem – A Perfect Vaccum. Achtergrond voor een stuk over Lem dat volgende week af moet zijn. Dit is zijn verzameling recensies van boeken die nog geschreven moeten worden. Hilarisch idee natuurlijk, al zijn het soms wel heel erg samenvattende recensies. Openingsrecensie van The Perfect Vacuum zelf waarin Lem vrolijk het boek dat je vasthoudt afkraakt blijft onovertroffen.

Jacques Derrida - Positions. Ah dit zocht hij al jaren! Een tekst waarin Derrida (relatief) helder zijn vroege werk in zijn eerste drie interviews beschrijft, plaatst, uitlegt en verdedigt. Spannend en secuur denkwerk, alhoewel hij soms tijdens het derde interview dacht “man, zeg nou gewoon dat Lenin en dialectisch materialisme je gewoon geen reet kunnen schelen!” In een lange voetnoot bij dat derde interview ook een fascinerende kritiek op Lacan.



Meegenomen:
- Pot ganzenvet (moet nog even bij Bas checken waarom dit ook alweer essentieel was, maar hij herinnerde zich in elk geval dat het in Nederland niet te krijgen was.)
- Hele grote pot Choucrout d’Alsace (je kan in elke regio geniale weckpotten krijgen met de lokale trots, hier dus zuurkool zoals het bedoeld is.)
- En natuurlijk een pot Bonne Maman Confiture Châtaigues en een hem tot nu toe onbekende variant: de Confiture Rhubarbe.

Eén E.Leclerc supermarkt in Nederland, is dat echt het onmogelijke vragen?

viernes, julio 13, 2007

61. Snelweg naar de Zon



“The determination of the exiles never to return to their offices and factories was underpinned by a new philosophy of leisure and a sense of what constituted a worthwhile life. The logic of the annual beach holiday, which had sustained Europe since the Second World War, had merely been taken to its conclusion. Crime and delinquency were non-existent and the social and racial tolerance of those reclining in adjacent poolside chairs was virtually infinite.”

J.G. Ballard – The Largest Theme Park In The World

jueves, julio 05, 2007

60. Daft Punk Live

Op eenzame hoogte de popgroep van de 21ste eeuw. Want types als Beyonce en Timberlake opereren uiteindelijk nog in het Michael Jackson episteme, afhankelijk als ze zijn van de pijlers charisma en dans. Daft Punk is uniek en radicaal, de avant-garde die, hoe hard ze zichzelf ook soms probeert tegen te werken, pop is (zie Sex Pistols maar dan grootser.) Ze opereren in een vreemd gebied tussen futurisme en nostalgie, soms kan hij er niet bij dat mensen onder de dertig er iets van begrijpen (of ten minste de hele ervaring met verwijzingen naar vectorgames, Tron, Knight Rider, Battlestar Galactica, etc.) Aan de andere kant is Daft Punk een bewijs dat de vreugde van muziek, en ‘One More Time’ is in elke vibratie, elke toon, pure viering van Zijn, losgekoppeld kan worden van charisma/persoonlijkheid. Het blijft verbazingwekkend dat ze al tien jaar consequent gezichtloos zijn, het spel spelen volgens de meest radicale leer van underground techno.

Daft Punk in 2007 is natuurlijk een andere groep dan toen hij ze voor het eerst zag spelen in 1998 op New Frontier. Daar waren ze een van de vele acts (naast onder andere Grooverider, Innerzone Orchestra, Kevin Saunderson, Mixmaster Morris, Atari Teenage Riot) op wat achteraf bezien het hoogtepunt van het Nederlandse housefestival is geweest, voordat commercialisering en surveillance toesloegen in combinatie met een wakker geworden drankindustrie. Daft Punk nu is een spektakel. Een toekomstdroom die Kraftwerk en Black Sabbath ergens in 1975 samen hebben verzonnen. Ergens, bedacht hij gisteren, zal er toch in de jaren zestig een science fiction schrijver (Dick? Aldiss? Spinrad?) zijn geweest die dit moeten hebben voorzien?



Vooraf had hij in ieder geval ambivalente gevoelens over een concert op deze schaal. De stadionconcerten die hij in een ver verleden zag (Rolling Stones, Pink Floyd, Bowie, Iron Maiden) waren stuk voor stuk spectaculair maar lieten hem ook uiteindelijk koud. In tegenstelling tot Daft Punk die comfortabel gezien vanaf de tribune net boven het publiek zoiets presenteerde als de ultieme televisie ervaring zonder televisie. Een anderhalf uur durende orgie van licht en geluid zonder wezenlijk narratief, gezicht, boodschap of moraal (alles wat televisie zo godvergeten saai en voorspelbaar maakt.) Dat hij zoiets als “de lichtshow” prijst klinkt als woorden uit het verleden (zeker na Baudrillards verveling tijdens de “meedogenloze techniciteit” van een Stevie Wonder concert in 1984) en het is dan ook lastig uit te leggen waarom Daft Punk wel weten te hypnotiseren. Misschien omdat uit hun, op het eerste gezicht, eenvoudige opstelling zoveel variaties worden getoverd, de magie in kleine vondsten en gebaren is verborgen? Dat tegen het einde hun robotpakken alleen nog maar zichtbaar zijn als oplichtende lijnen is zo’n eenvoudig idee maar weet hem te verwonderen alsof hij een klein kind is.

De muziek? Een glorieuze megamix van hun oeuvre waar het over het algemeen verkeerd begrepen Human After All naadloos in verdwijnt en zelfs pas echt tot zijn recht komt, de riffs zijn immers gemaakt om loeihard de massa te geselen, de vuisten omhoog te dwingen. Aan de andere kant is het de ultieme uiting van KLFs stadion house, house die het hyperreële bereikt en dat is een unieke, ongrijpbare extase. Hun stoïcijnse houding laten ze uiteindelijk ook varen, daarin blijken ze dan toch al te menselijk en ligt meteen het bewijs dat er geen acteurs achter de helmen zijn verscholen (de laatste Warhol/Philip K. Dick stap die ze zouden moeten maken om compleet te radicaliseren is natuurlijk om op hetzelfde tijdstip op verschillende plekken een concert te geven.) En dat is ook goed, er spreekt plezier uit en ook een bepaalde nerdachtige cool wanneer ze afscheid nemen door langzaam hun rug naar het publiek toe te keren zodat op hun rug de Daft Punk logo’s rood oplichten.

domingo, julio 01, 2007

59. Borg



Gisteren zowaar iets interessants op televisie en daar was een regenpauze op Wimbledon voor nodig. Mooi portret van Björn Borg vol weemoedige jaren zeventig beelden. Hij realiseerde zich dat Borg, eigenlijk nog voor bepaalde voetballers, de eerste sporter was waar hij zich zoiets als fan van noemde. Hij bezat een cool die je intuïtief begreep als jongetje, ver voordat je zoiets als de fascinatie van pop ging inzien. Die lange haren, baard, zweetbandjes en gestreepte shirts in combinatie met introversie, het door de knieën gaan bij een overwinning en heel goed kunnen tennissen maken iemand tot een icoon.

Beelden die hem doen realiseren hoe anders sport was. Een cruciale overgangsfase naar totale professionaliteit, sport als entertainment en markt waar Borg zelf een sleutelrol in speelde met zijn Fila kleding (Borg is een typisch geval van de hippie kapitalist.) Wimbledon finales hadden het gewicht van een evenement, eindeloze zondagmiddagen van mythische strijd, met name als McEnroe ten tonele verschijnt (die hij in tegenstelling tot de meeste van zijn vrienden verafschuwde, met zijn onsympathieke huilhoofd en lelijke service.) Essentiële keuzes van het leven.

Tennis was, vergeleken met nu, bijna een andere sport. Een vreemd mengsel tussen schaken en marathon lopen. En dat, realiseerde hij zich weer, maakt van tennissers zulke vreemde wezens, hun bewustzijn is in sport uniek. Hun eenzaamheid is haast een filosofische queeste, kunnen ze niet uitdoven door de meditatie van duursporten, is niet te ondervangen door teamgenoten, bezit bijna meer overeenkomsten met de schrijver (vandaar David Foster Wallace?) Borg moet hebben aangevoeld dat er een verandering aan kwam zetten die hem, de stilist, zou wegvagen en stopte voortijdig. De vervanging van de houten rackets was een drama voor de sport. Niets saaier dan het krachttennis dat sindsdien is geperfectioneerd, een onmenselijke wedkamp tussen robots waarin de spanning is te vinden in de vraag welke machine het eerst begint te haperen.

domingo, junio 17, 2007

58. De Comeback en de tranen van Casillas

En dan is het nu tijd voor een Spaans avant-gardistisch gedicht:

Catalufos, cabrones.
Saluda a los campeones!



Uit totaal verloren positie, verloren in een doolhof van dramatisch voetbal toch op de laatste speeldag kampioen worden. Met misschien geen briljant voetbal (zelfs vandaag tegen Mallorca was het een uur lang om te grienen zo slecht), maar wilskracht van een elftal heeft ook iets moois. Al mist hij het aristocratische voetbal van Real Madrid onder leiding van Redondo circa 2000, lange aanvallen vol kleine combinaties, hakjes, lobjes waarbij het scoren tot bijzaak werd gemaakt.

Waarom is dit gebeurd? Allereerst werd in januari de tumor Ronaldo verwijderd uit Madrid, met zijn verwende desinteresse heeft hij jarenlang Real zitten tegenwerken. Beckham, een ongekend populaire speler werd uit de selectie verwijderd en keerde terug om beter dan ooit te gaan spelen. Er werd een proces van verjonging ingezet. Dan was er het trauma van München wat uiteindelijk louterend heeft gewerkt. Een paar dagen later in Bronx Nou, als Rocky tegen de touwen, was er opeens het besef dat ze konden voetballen en sindsdien hebben ze niet meer teruggekeken. Met miraculeuze ontsnappingen, comebacks in comebacks, kleine veldslagen.



Vandaag tegen Mallorca was weer afzien en toch was de jouissance vorige week tegen Zaragoza groter, te vergelijken met Zidane’s doelpunt in de finale, Redono’s actie tegen Manchester, de goal van Mijatovic in de Arena. Die 18 seconden waarin er hoop was, het scherm splitscreen ging en in Barcelona ook een gelijkmaker viel…dat zijn momenten die blijven vibreren, een te plotse omslag van droevig cynisme naar euforie.

Sevilla had hij de titel gegund, maar zij wilden hem uiteindelijk niet. De helft van de blijdschap zit hem echter in het lachen om de Barça aanhangers, fans van de meest vervelende club die er bestaat. De hybris van siete titulos die wel even gewonnen zouden worden. Met Laporta die steeds verder de club politiseert met de steun voor L’Estatut, het kinderachtige Catalaanse vlaggetje in nek van het shirt en het vermoeden, wat zelfs verstokte Barçafans irriteert, dat een middelmatige speler als Oleguer moet spelen vanwege zijn nationalistische sympathieën. En dan hebben we het nog niet over de schandalige buitenspeldoelpunten, spookpenalties en het goedgekeurde volleybaldoelpunt van de dribbelsmurf tegen Espanyol. Het gevoel boven de wet te staan (de nare poging om de meer dan terechte rode kaart van Ronaldinho tegen Getafe kwijt te schelden.)

Het mislukte vandaag toch weer bijna (zeker na de vroege blessure van Van Nistelrooy zag hij het niet meer zitten), een microkosmos van het seizoen, waarin de club uit een lange schaduw verschijnt en wordt wedergeboren. Hoeveel er ook nog moet veranderen in dit zooitje ongeregeld. Ironisch genoeg gaat Barça ten onder aan dezelfde Galacticos decadentie die Real de afgelopen jaren heeft vergiftigd. Eens kijken wat de zomer aan veranderingen brengt want volgend jaar moet er veel beter gevoetbald worden.

Kortom waar Ajax van droomt maar op knullige wijze verspeelt doet Real Madrid “gewoon” omdat het de grootste, de mooiste, de edelste, de meest knotsgekke club ter wereld is. Met de meest lieve speler die er bestaat: Iker Casillas, die zijn tranen niet kon bedwingen toen Real op voorsprong kwam, een eeuwig jongetje en daardoor ook ongewoon mengsel van speler en fan.

martes, junio 05, 2007

57. OORs Top-100 Aller Tijden

Je kan het een stom ritueel vinden. Het tijdschrift een artefact uit vergane tijden. En het verbod op compilaties rockistische onzin. Toch kon hij moeilijk een gevoel van trots onderdrukken toen hij werd gevraagd om een persoonlijke tien favoriete albums aan te leveren voor OORs eerste Top-100 Aller Tijden in twintig jaar. Dat het twintig jaar heeft geduurd voordat er een nieuwe lijst werd gemaakt geeft het hele gebeuren zijn kracht, het is een evenement. Hij weet nog heel goed dat hij die OOR in 1987 kocht en de lijst heeft uitgeplozen op zoek naar interessante “nieuwe” platen. Als hij in 1987 had gehoord dat hij twintig jaar later aan die lijst mocht meedoen had hij zichzelf vast en zeker cool gevonden (zich vervolgens wel afvragend waarom er geen Jean-Michel Jarre en Pink Floyd meer in zijn lijst staan.)

De lijst heeft hij snel in elkaar gezet, want hij voelde al snel een vervelende waanzin opkomen toen er steeds meer kandidaten opdoemden. Een paar onontkoombare keuzes, misschien een enkele ideologische keuze, geen enkele strategische. Redelijk netjes over de genres en decennia verdeeld (met typisch genoeg zeven platen die hij in de periode 1991-1994 aanschafte, waarschijnlijk de tijd dat hij op meest intense wijze muziek beleefde.) Aldus sprak OMC:

01 Miles Davis – Bitches Brew (1969)
02 My Bloody Valentine – Loveless (1991)
03 Kraftwerk – Trans Europe Express (1977)
04 Tim Buckley – Starsailor (1971)
05 Augustus Pablo – King Tubby Meets Rockers Uptown (1977)
06 Sonic Youth – Daydream Nation (1988)
07 Kate Bush – Hounds Of Love (1985)
08 Underground Resistance – Revolution For Change (1992)
09 The Orb – Adventures Beyond The Ultraworld (1991)
10 Daft Punk – Discovery (2001)

(En allemaal overwogen maar met pijn in het hart laten vallen: Public Enemy - Fear Of A Black Planet, Slayer - Reign In Blood, Rolling Stones - Let It Bleed, Patti Smith - Radio Ethiopia, David Bowie – “Heroes”, Primal Scream - Screamadalica, The Doors - Strange Days, Talk Talk - Laughing Stock, GZA - Liquid Swords, Luomo - The Present Lover, Can - Future Days, Beastie Boys - Paul’s Boutique, Royal Trux - Cats & Dogs, Fleetwood Mac - Tusk, Aphex Twin - Selected Ambient Works 85-92 en Goldie - Timeless.)