jueves, diciembre 13, 2007

76. Erwtensoep

Erwtensoep eten is een nostalgisch gebaar, onlosmakelijk verbonden met de kindertijd. Waarbij hij niet weet of het eigenlijk de katenspek op roggebrood was die hem meer interesseerde dan de groene prut zelf. Na al zijn culinaire zwerftochten had hij zich eigenlijk niet kunnen voorstellen wat een karwei de bereiding inhoudt, misschien niet in snijwerk of lastige handelingen maar zeker wat betreft tijd. Want na twee uur op het vuur te hebben gestaan maakte hij zich toch wel zorgen over de substantie van de soep die niet strookte met de dikke smurrie uit zijn warme herinneringen. Maar een chemisch mirakel (de stolling van het vet?) vindt plaats gedurende die verplichte nacht in de koelkast en zo vervlechten heden en verleden zich op gelukkige wijze. Uiteindelijk is erwtensoep voor hem de klassieker van de Hollandse keuken, een van de weinige gerechten die de culinicide heeft overleefd die zich volgens kenners rond het begin van de 20ste eeuw heeft voltrokken waar de kennis van lokale keukens werd weggevaagd door de dictatuur van de huishoudschool (waarschijnlijk onder het mom van een abject idee van voedsel = louter energie geen genot, besteed u kostbare tijd aan nuttige zaken) en zich qua bruut plezier kan meten met lentejas of fabada (al zijn die twee nog veel eenvoudiger te maken, als droge handeling, misschien niet als kennis in hoe je die paar ingrediënten precies goed krijgt.) Opeens werd hem ook duidelijk waarom sommige zaken zich standaard in het supermarktassortiment bevinden, zoals de knolselderij en de hamschijf…al vinden puristen dat je eigenlijk een varkenspoot moet gebruiken (zonder een queeste onvindbaar want waarschijnlijk door barbaren voornamelijk op een grote hoop afgevoerd om tot frikadel of knakworst te worden verwerkt.)