domingo, diciembre 23, 2007

78. Witte Kerst



Barcelona - Real Madrid 0-1

(en dat zonder al te veel moeite.)

Na twee dagen is het tijd om de gedachten te verzamelen die onrustig bleven dwarrelen maar eindelijk zijn neergedaald. En dan te bedenken dat hij bijna de wedstrijd niet wilde kijken omdat hij van het gebruikelijke scenario uitging: snel doelpunt van Barça na onoplettendheid van de verdediging, einduitslag 3-0. Iemand omschreef het al als “Victoria en Mordor” en uit dezelfde referentie zou ik graag willen citeren, “I come back to you now, at the turn of the tide”, want dat heeft zondag natuurlijk definitief plaatsgevonden. Real Madrid heeft weer het heft in handen, staat op de rails, is zelfverzekerd en boezemt angst in. Barcelona heeft op bizarre wijze het initiatief verloren door de Galacticos decadentie van Florentino te kopiëren. Nu wordt duidelijk dat de spoedtransfer van Henry na het kampioenschap van Real meer problemen veroorzaakt of beter afschermt dan oplost. Het enige wat steekt aan zondag is dat ze de superioriteit niet hebben omgezet in een vernederende 0-3 of 0-4 terwijl daar wel de mogelijkheden voor waren.

Schuster heeft redelijk snel een formule gevonden voor een elftal dat werkt, zelfs met een aanvoerder die per decreet (slecht) speelt. Aan de andere kant viel hem zondag de paradox op dat Raul ook niet gewisseld kon worden omdat er een soort ziel uit het elftal zou verdwijnen. De basis is natuurlijk gelegd met de verdediging. Ramos en Heinze op de vleugels maar vooral met het duo Cannavaro – Pepe in het centrum. Pepe zal de komende zeven jaar heersen en zich ontwikkelen tot een van de beste centrale verdedigers uit de geschiedenis van de club. Technisch, geconcentreerd, fanatisch en met intrigerend anticipatievermogen. Het elftal voelt sterk en heeft al traditioneel lastige uitwedstrijden (Bilbao, Valencia, Barcelona) gewonnen zodat lachend aan de tweede helft van het seizoen kan worden begonnen. Tijd om ook de Vloek van Riazor eens te neutraliseren.

En Barça? Zelfs de valsspelende Smurf had hun zondag niet kunnen redden. Natuurlijk is er Messidependencia, die de afgelopen maanden veel heeft gemaskeerd. Ronaldinho speelde zondag niet eens zo slecht en krijgt nu in Cataluña massaal de zwarte piet toegespeeld. Hij zal dus deze zomer verkocht worden voor een bodemprijs (ook al zal het marketingtechnisch een flinke aderlating zijn.) Deco is de volgende want die speelde zondag als een spook. Maar eigenlijk is voor Barça het probleem dat twee pilaren van eigen bodem (zo essentieel voor het instandhouden van de nationalistische mythe) Xavi en Puyol niet redeneren. Zondag werd vooral duidelijk dat de beste jaren van Puyol achter hem liggen. Ook hij is een aanvoerder die minstens nog drie jaar per decreet zal blijven spelen, maar zijn verbanning naar de rechtervleugel spreekt al boekdelen. Kortom, veel hoofdbrekens in Camp Nou, een hele opluchting omdat dit nog maar drie jaar geleden onoverbrugbaar leek.

sábado, diciembre 15, 2007

77. Sly

De grootste utopist sinds Charles Fourier. Overtuigt hem bijna van de inherente goedheid van de mens.



(edit: de vorige opname was mooier omdat het de utopische wens perfect samenvatte, Sly die het publiek uitnodigt om op het podium te dansen, net als zijn band zonder onderscheid van blank of zwart en bovendien 'Everyday People' zingt.)

Eigenlijk komt hij hierop dankzij een toch weer tegenvallende 33 1/3, dit keer met het onderwerp There’s A Riot Goin’ On (1971), juist een van de meest geïnspireerde statements over/vanuit de keerzijde van het bovenstaande, de gevallen utopie. Hoe je een tekst over deze sleutelplaat kan verknallen is bizar. De meest basale reden: het duurt tot meer dan de helft van het boek voordat Miles Marshall Lewis eindelijk bij het eigenlijke album arriveert (en zo geen tijd overhoudt voor de ontvangst van het album, verbanden, connecties.) Het interessante aspect is dat het boek niet vanuit een rockistisch perspectief is geschreven maar een meer hiphop georiënteerde blik (ook al resulteert het niet in een aanstekelijke analyse of een radicale manier van schrijven.)

Zoals altijd, zelfs bij de slechtere afleveringen van 33 1/3, komen er wel leuke feitjes langs, de meest interessante eigenlijk de opzichte dingen waar hij jarenlang overheen heeft gekeken. Hier: opeens is duidelijk waarom die Amerikaanse vlag op de hoes nooit “juist” voelde (het blauw is zwart, de sterren veranderd in een kleiner aantal zonnen) en dat het titelnummer 0 seconden duurt (op zijn cd-uitgave overigens niet als aparte track geprogrammeerd.) De teksten van de plaat als bijlage zijn dan weer jammer…geen plaat laat je zo effectief eigen teksten vormen als There’s A Riot Goin’ On. Zo hoorde hij Sly Stone in ‘Poet’ altijd even terecht als onmogelijk zingen: “I’m Shaun Ryder, a poet.”

jueves, diciembre 13, 2007

76. Erwtensoep

Erwtensoep eten is een nostalgisch gebaar, onlosmakelijk verbonden met de kindertijd. Waarbij hij niet weet of het eigenlijk de katenspek op roggebrood was die hem meer interesseerde dan de groene prut zelf. Na al zijn culinaire zwerftochten had hij zich eigenlijk niet kunnen voorstellen wat een karwei de bereiding inhoudt, misschien niet in snijwerk of lastige handelingen maar zeker wat betreft tijd. Want na twee uur op het vuur te hebben gestaan maakte hij zich toch wel zorgen over de substantie van de soep die niet strookte met de dikke smurrie uit zijn warme herinneringen. Maar een chemisch mirakel (de stolling van het vet?) vindt plaats gedurende die verplichte nacht in de koelkast en zo vervlechten heden en verleden zich op gelukkige wijze. Uiteindelijk is erwtensoep voor hem de klassieker van de Hollandse keuken, een van de weinige gerechten die de culinicide heeft overleefd die zich volgens kenners rond het begin van de 20ste eeuw heeft voltrokken waar de kennis van lokale keukens werd weggevaagd door de dictatuur van de huishoudschool (waarschijnlijk onder het mom van een abject idee van voedsel = louter energie geen genot, besteed u kostbare tijd aan nuttige zaken) en zich qua bruut plezier kan meten met lentejas of fabada (al zijn die twee nog veel eenvoudiger te maken, als droge handeling, misschien niet als kennis in hoe je die paar ingrediënten precies goed krijgt.) Opeens werd hem ook duidelijk waarom sommige zaken zich standaard in het supermarktassortiment bevinden, zoals de knolselderij en de hamschijf…al vinden puristen dat je eigenlijk een varkenspoot moet gebruiken (zonder een queeste onvindbaar want waarschijnlijk door barbaren voornamelijk op een grote hoop afgevoerd om tot frikadel of knakworst te worden verwerkt.)

miércoles, noviembre 28, 2007

75. De Lach en De Das

Er bestaat een bepaalde kritiek van deconstructivistas op de uiterst vermakelijke documentaire Derrida die stelt dat beelden van Derrida bij de kapper onnodig zijn terwijl de rest van de film zijn ideeën oppervlakkig behandelt. Ideeën moet je uit boeken halen, want wat hem juist fascineert voorbij tekst is het charisma van filosofen, de stijl, de kleine gebaren, de geprojecteerde imago’s. Het woordeloze, lang aangehouden beeld van Derrida’s haar dat geknipt wordt is zo treffend omdat het kapsel juist zo onderdeel is van het hele idee “Derrida”. Dat buitentekstuele aspect van denkers houdt hij erg van. Het begint al eigenlijk bij Empedocles die in de Etna springt om te bewijzen dat hij een god is (of briljant de boel heeft belazerd door zijn sandalen bij de rand neer te leggen) en loopt door tot de Wachowski broeders die Baudrillard vragen of hij mee wil werken aan deel twee van The Matrix (Baudrillard zag de bui blijkbaar hangen en weigert beleefd omdat hij naar eigen zeggen meer van Mullholland Drive houdt.)

Zo zou hij graag de lach van Nietzsche een keer hebben willen horen. Dat zit er natuurlijk niet in maar de raspende lach van Deleuze is een goede vervanger (waarschijnlijk omdat het zo’n mooie conclusie is van zijn korte, poëtische irritatie.)



Beelden die overigens onderdeel zijn van het televisieprogramma L'abécédaire de Gilles Deleuze uit 1988 waar Deleuze met Claire Parnet in acht uur het alfabet afloopt en zo allerhande gespreksthema’s tegenkomt. Op het moment leest hij Dialogen en ziet plotseling dat Deleuze het boek samen met Parnet schreef (de interviewstem van Parnet wordt in de tekst heel interessant versmolten tot een monoloog waarin Deleuze overigens af en toe een ontzettende hippie blijkt te zijn in hoe hij Dylan goedkeurend citeert en zijn voorliefde voor Kerouac en Castaneda etaleert.)

Ook intrigerend, de entree van Jacques Lacan bij een conferentie in Leuven 1972. Anderhalve minuut die meteen de faam van Lacan als showman waarmaakt dankzij die gekreukelde sigaar en dat overhemd met bijbehorende das. Het gehannes met de microfoon maakt hij daar al meteen een punt? Genoeg, want jezelf dat afvragen is al in het spinnenweb Lacan verstrikt raken. Overigens wel een mooie verstrooide stilte.
Al jaren snuffelt hij heel voorzichtig aan Lacan en vlucht dan snel naar veilige stellingen. Mensen die Lacan prominent gebruiken vertrouwt hij nooit (en mensen die Deleuze naadloos kunnen napraten overigens ook niet…het voelt als een vorm van intimidatie, spierbaldenken.) Laatst bladerde hij toevallig in de bibliotheek door Filip Buekens kritische ontleding van Lacans denken, Proefvlucht in het Luchtledig, en de toon van het boek beviel hem erg, een goed arsenaal om je mee te wapenen. Al klinkt wapenen al te agressief, want er is een positionering van Lacan die hem bevalt: als surrealistische dichter/performance kunstenaar (op een of andere manier blijft het in zijn ogen een essentieel feit dat Lacan samen met Dali, Gide en Breton aanwezig was bij de eerste voordracht van Ulysses.) Dat schept de juiste afstand.

miércoles, noviembre 21, 2007

74. ISBN

Droomstof heeft eindelijk een ISBN toegekend gekregen. Dat betekent natuurlijk dat het boek in elke boekhandel te bestellen is zonder het relatieve gehannes met creditcards of paypal. Maar voor hem is het belangrijkste aspect dat het boek nu richting het Depot van Nederlandse Publicaties van de Koninklijke Bibliotheek gaat. Droomstof is daarmee blijvend deel van het collectieve erfgoed van Nederland. Blijvend tot de mens uitsterft of, wat waarschijnlijk eerder zal gebeuren, het Nederlands verdwijnt.

Ten tweede heeft hij tijdens de Subjectivisten blackout, waar de website door de vriendelijke provider werd “gewist” zijn eigen archief doorgewerkt en een selectie teksten gebundeld tot Toekomstdagen 2002-2007. Vreemd om die teksten als continue entiteit van papier in handen te hebben. Overigens ook als gratis PDF te downloaden (net als Droomstof.)

viernes, noviembre 16, 2007

73. Punctum: tussen boek en vrouwenlichaam



De term punctum, met zijn associaties van prikken, steken, kleine verwondingen, heeft wat hem betreft altijd een erotische lading gehad. Deze foto van Naomi Watts is een perfect voorbeeld, het is niet Watts lichaam dat de aandacht trekt maar de boeken op de bijzettafel (hetzelfde effect wat de foto van Anna Karina hieronder bewerkstelligd.) In die zin wordt punctum iets van een fetisj, de erotiek van het boek in de nabijheid van het vrouwenlichaam (de foto vond hij overigens op een site die gespecialiseerd is in de fetisj vrouwen die poseren met hun handen op hun heupen, intrigerend en ook wel begrijpelijk -echo’s van de moeder die haar autoriteit toont- maar wel uiteindelijk studium, onderdeel van een vaststaand repertoire klassieke fotografische poses. Het punctum van het boek is achteloos.) Maar het mag niet een willekeurig boek zijn. Het punctum smelt weg als het lichaam zich aantrekt tot, zeg maar, Kluun. Boeken over cinema of architectuur, existentialisten, sociologie, Barthes, Dostojevski, Kafka, The Names of Players, de juiste science fiction, alles wat Frans en tussen Baudelaire en Proust in is geschreven, vormen het noodzakelijk persoonlijke aspect van dit punctum.

lunes, noviembre 12, 2007

72. Godard

Nadat hij destijds Masculin féminin: 15 faits précis halverwege had uitgezet leek Jean-Luc Godard een afgesloten hoofdstuk. Een vergissing. De afgelopen weken heeft hij in rap tempo een aantal blinde vlekken uit de gouden periode van Godard opgevuld, waarbij elke film hem zo enthousiasmeert dat hij meteen de volgende opzoekt.



Van Bande à part (1964) naar Le Mépris (1963), gevolgd door Made in U.S.A. (1966) en La Chinoise (1967). Allemaal overvloeiend met ideeën, brutale vondsten, doodlopende wegen. Wat hem, sinds hij als niet vermoedende student Week-End voorgeschoteld kreeg, nog steeds op directe wijze raakt is het speels breken met de “hallucinatie” van film (er is niets charmanter dan Anna Karina die je als kijker even een knipoog geeft), de kleur van de films (het maakt niet uit wat: de geverfde deuren in La Chinoise, de jurken van Karina in Made in U.S.A., Capri in Le Mépris) en het gebruik van tekst.



Het tekstuele (de slogans, de literaire citaten, de neon teksten, de taperecorders die politieke traktaten houden) heeft iets opwindends, een invasie van woorden die blijvend inspirerend is. Het is de kick van het door elkaar schudden van conventies, grenzen zonder angst doorbreken, het inzien van oneindige mogelijkheden die hem ook haast miraculeus geneest van een sluimerend gebrek aan inspiratie. Wijze les: wanneer je de weg kwijt bent, meteen terugkeren naar die briljante poel van ethisch en esthetisch superieure ideeën (1958 – 1969, of baken het naar eigen inzicht af.)