viernes, junio 01, 2007

56. The Blackout (1997)

Abel Ferrara heeft twee perfecte films gemaakt: Bad Lieutenant en The Addiction. Twee erg goede: Angel of Vengeance en King of New York. En twee films die niet compleet geslaagd zijn maar vol intrigerende schatten zitten. Dat zijn New Rose Hotel en The Blackout. Die laatste pikte hij voor anderhalf euro uit een hopeloze bak DVDs bij De Blokker. En zo staan ze broederlijk naast elkaar, zoals het hoort: The Addiction en The Blackout. Een fascinerende combinatie van motieven, thema’s en tegenstellingen. Alleen The Addiction is strak en foutloos, een gesloten constructie. Aan de andere kant is het de losheid die The Blackout zijn vreemde charme geeft. De plot van identiteitvesmelting en obsessie heeft hij nooit erg interessant gevonden omdat het vergeleken met andere films een platte variant is. Wat The Blackout goed maakt is de wereld die hij neer zet, Miami als decadente wereld die je achteloos in en uit loopt. De mise en scène is uitstekend, waarschijnlijk nooit beter geweest in een Ferrara. En daarmee creëert hij een klimaat waarin geacteerd kan worden, op de rand. Dennis Hopper voelt zich dus meteen als een vis in het water maar het zijn vooral Modine en Dalle die het beste uit zichzelf halen. Het genot van improvisatie is tastbaar wanneer beide knallende ruzie krijgen, Modine sadistisch trekjes Dalle doen terugvallen in een explosie van woedend Frans (je kan op die momenten Ferrara haast tevreden achter de camera zien grijzen.)



En The Blackout is een mooie film over drugs. Niet zozeer over drugs als betekenis maar als praktijk. Het magnetisme van drugs, de belofte steeds ingelost. Hier is Modine briljant. Kleine gebaren ook, het moment dat hij na al flink wat inname in een groezelige gang een grote, hele kalme neger tegenkomt en in een klein jongetje veranderd zodat hij een trek van zijn crackpijp mag hebben (en in droge Ferrara stijl ook krijgt, waarna de film letterlijk implodeert.) Met een satanische nieuwsgierigheid filmt Ferrara Modine’s AA meeting, geen andere filmer zal die verandering de onderhuidse betekenis geven van een vals bewustzijn. Dat geeft hem later de ruimte om Modine op sublieme wijze te laten terugvallen. Geen grote strijd, maar de plotse blik op de flesjes in de minibar, een stille beslissing en op het moment dat het lichaam terugkeert naar de verslaving zie je transformatie naar een spannende blijdschap. Dat Matty er uiteindelijk aan onderdoor gaat doet er dan niet meer toe, in Ferrara’s wereldbeeld ben je al van tevoren verdoemd, maakt niet uit hoeveel drugs je gebruikt.

jueves, mayo 24, 2007

55. Bam...1-0




Zo maar wat voetbalnostalgie. Hij kan deze wedstrijd nog precies voor de geest halen. Niet de wedstrijd zelf maar de ervaring van de wedstrijd die in 1982 niet live werd uitgezonden. Een zonovergoten lentedag en hij voetbalde voor de flat op de weidse grasvelden met wat vrienden. De zus van een van zijn vrienden luisterde binnen naar de radio en kwam af en toe over het balkon de tussenstand door geven.Vooraf hadden ze hem geknepen, want als Ajax deze wedstrijd zou winnen kon het kampioenschap niet meer ontsnappen (een soort miraculeuze comeback nadat Cruijff in december was teruggekeerd en weer met briljante passjes begon te strooien.) Ah, die onvergetelijke blijdschap na de bevrijdende 1-0 die oversloeg in hilariteit toen de score uitliep naar 3-0. Lerby’s finest hour. Mooi, onderschat elftal overigens dat verfijnd/loom technisch voetbal speelde met Jesper Olsen, La Ling, Jansen, Molenaar, Rijkaard, Vanenburg en af en toe al Van Basten. En met de Gabri van die tijd Dick Schoenaker (die alleen een beter schot had en dus regelmatig scoorde…in deze wedstrijd de 3-0.) Dat shirt is ook nooit mooier geweest. En toch dat rare sfeertje van verval, misschien door het Olympisch Stadion, misschien door bredere bewegingen, niet alleen Amsterdam in 1982 of voetbal in die periode maar het hele gevoel van overgang naar iets anders, nog onbestemd.

De 2-1 van Keje Molenaar in de kampioenswedstrijd een maand later tegen AZ'67 doet hem afvragen: waarom wordt er niet meer zo geschoten? Technisch gezien is het niet bijster lastig. Dus een mentale kwestie. De afwezigheid van een bepaalde brutaliteit...vrijheid? Vrijheid om te denken "ik ga deze bal eens lekker in het doel rossen!"

miércoles, mayo 09, 2007

54. Zes Dagen Spanje

Madrid begint ‘s nachts vanaf El Escorial verdacht veel op Los Angeles te lijken nu vier torens in aanbouw een respectabele hoogte krijgen.

De geur van de Spaanse natuur. Een mengsel van dennen en steen. Aan de andere kant een bos dat door het onkarakteristieke weer van de laatste maanden felgroen is. Daar tussen enorme keien die soms op natuurlijke wijze ingenieus gestapeld zijn. De geur confronteert hem met jeugdige gangen naar rivieren, bergmeren. De keien bezitten een tastbaar soort eeuwigheid. Ouder dan de mensheid, zoals ze de mens met gemak zullen overleven. In Spanje bevind je je trouwens steeds in een relatie met een bepaalde ouderdom, een versleten landschap, een langere reeks van genen en woorden, meer bejaarden in het straatbeeld.



De mystiek van het auto-ongeluk. Er waren weer wat vrije dagen (1 mei is heel terecht een feestdag terwijl pleinen en straten door heel Spanje zijn vernoemd naar zijn verjaardag omdat Napoleon een eeuw eerder op zijn lazer kreeg) dus dan vallen er weer een reeks verkeersdoden. Blijft hem toch fascineren hoe droog dat op journaals in beeld wordt gebracht. Volkomen uit elkaar gereten auto’s, wrakstukken van zo’n formaat dat er weinig fantasie voor nodig is om te concluderen dat de inzittende morsdood zijn en met deze keer als summum het inzoomen op een plastic kinderspeelgoedje tussen het zwartgeblakerde metaal. Dat vertoon van de snelheidsdood heeft hem altijd verbaasd, moet iets wezenlijks over de Spaanse psyche zeggen.

Nu ook fascineerde het hem hoe goed Spanjaarden hun ideeën kunnen verbaliseren. Natuurlijke sprekers. Een web van woorden zonder een greintje onzin, zonder terugkerende “uh”. Vreemd omdat hij zelf merkt dat de taal uitnodigt tot sneller praten. Zou er zoiets zijn als een gradatie van efficiëntie die talen van elkaar onderscheidt?

Real Madrid wint met 1-4 in La Catedral. Verbazing en blijdschap van wege het resultaat en de vertoonde teamgeest maar tegelijkertijd vervult de neergang van het ooit zo trotse Baskische voetbalbolwerk hem met een gevoel van melancholie. Athletic Bilbao als Spaanse variant van Saint-Etienne en Borussia Mönchengladbach.

miércoles, abril 25, 2007

53. I’ve Seen That Face Before.

Een van de mooiste liedjes die hij kent. Maar los daarvan…terwijl hij vanmiddag zijn dochters op de fiets hijst ziet hij een vrouw voorbij fietsen en pas als hij wegfietst beseft hij dat zij weet dat hij weet dat ze elkaar kennen. Het laat hem daarna niet meer los omdat hij geen idee heeft wie ze is. Hij weet dat ze vroeger geen gitzwart haar had, hij weet dat ze hem op een of andere manier perfect begreep, dat hij zich bij haar op zijn gemak voelde, zonder lust, een in en in goed mens. Dat weet hij. En toch is de rest een blinde vlek, de context is verdwenen. Wat, als hij haar zo terughaalt in zijn gedachten, vreemd is. Zou zij immers niet een onvergetelijke persoon moeten zijn? Het is van een andere orde dat een vergeten titel, melodie of naam.

En dat vreet aan hem. Want wat zijn de opties? Waanzin. Zijn leven is een illusie en zij breekt er als uit een alternatieve realiteit, een parallel leven, doorheen. Een fijn gegeven voor in zijn favoriete sciencefiction verhalen (zie Philip K. Dicks beruchte visioenen voorafgaand aan Valis die veroorzaakt worden door het bezoek van een onbekend zwartharig meisje) maar hij weet dat zijn gedachten ordelijk en overzichtelijk zijn, ten minste tot een bepaalde horizon…en als het daarachter niet klopt dan maakt het toch allemaal niet uit.

Ouderdom. Zijn geheugen, voorheen betrouwbaar, begint hem in de steek te laten. Als laatste: verdringing. Dan nog blijft de vraag over: waarom verdringing? Het lijkt de sleutelvraag die hem in ieder geval een zekere plaatsing schenkt. Hij moet haar kortstondig hebben gekend in een hectische periode waar hij in zijn algemeenheid niet graag meer aan terugdenkt. En toch blijft het een hypothese, brengt het haar niet scherper in beeld. De alternatieve hypothese plaatst haar veel verder terug in de tijd, maar dat is pure speculatie. Hoogste tijd om het droomwerk in te zetten, want een even vreemde gewaarwording is dat hij al peinzende duidelijk de behoefte voelt om dit probleem, haar gezicht (dat nu alweer vervaagt), zijn geschiedenis: te googlen.

lunes, abril 09, 2007

52. Against The Day

Against The Day is uit. 1085 fenomenale pagina’s die hij zo weer zou willen lezen. Met gemak het beste boek dat hij heeft gelezen sinds Underworld, een magistraal boek-als-caleidoscoop dat krioelt met ideeën, grappen, verrassingen en wonderlijke zinnen. Maar, en dat is een altijd onderschatte kwaliteit van Pynchon-de-geniale-taalgoochelaar geweest, het is ook een uitermate ontroerend boek. Na een paar pagina’s is al duidelijk dat Against The Day een melancholische ervaring zal worden, dat de vrolijke explosie van vertrouwen die de Wereldtentoonstelling van Chicago genereert niet eeuwig zal duren. Twee soorten melancholie: een inhoudelijke, de situering in een fin de siècle/pre-WOI wereld vol mogelijkheden, alternatieven en mysterieën. Een meer structurele, de leeservaring van “de pil” die je eigenlijk niet wil uitlezen/altijd door wil laten gaan omdat je in die wereld bent gaan ademen, gehecht bent geraakt aan personages.



Er doen al veel interpretaties van de titel de ronde, die op allerlei manieren door Pynchon in de tekst worden uitgebuit maar het is ook als boek zelf against the day, als “tegen de tijdsgeest in”. Het voelt bijna als een artefact uit een voorbije tijd en tegelijkertijd het enige boek dat er toe doet, dat hem nog harder doet hoofdschudden als hij in kranten de hopeloze “concurrentie” bekijkt. Bovendien is het een directe toevoeging aan het sciencefictioncanon, al zal daar binnen het wereldje zelf ongetwijfeld anders over worden nagedacht (zelfs bij New Worlds waarin Pynchon in de jaren zestig het korte verhaal 'Entropy' publiceerde werd hij vol afgunst bekeken. En hoe verrassend dan om die altijd onvoorspelbare Michael Moorcock een juichende recensie te zien schrijven: "...and you wonder if you aren't reading the smartest stoner in the universe." Ha!)



Ondanks bovenstaande woorden, of de subtiliteit waarmee Pynchon bijvoorbeeld in een korte alinea het opkomende Italiaanse fascisme indirect en poëtisch en vanuit een individuele obsessie weet te omschrijven, is het niet eens een boek dat hij iedereen zal aanraden. De Pynchonistas, de stoners, de anarchisten, de bewoners van de Dagdroom Natie. Ja, die zijn ongetwijfeld al bezig. Against The Day is geen verplichting (altijd uitkijken wanneer je dat gevoel krijgt opgedrongen)…het moet jou uitzoeken. En dan dien je het met zoiets als een schoon hart, een blik zonder angst, te benaderen. Een langzame omhelzing van tekst zal je prijs zijn.

martes, abril 03, 2007

51. Schrijven is vet cool


Had wat hem betreft de titel mogen zijn van de interviewbundel Conversations With Don DeLillo (University Press of Mississippi.) Met name zijn eerste interview met een speciaal naar Griekenland afgereisde Tom LeClair uit 1982 (toen DeLillo al zes boeken had geschreven) zal hij menigmaal herlezen, gebruiken als een soort influistering van moed mocht hij de weg kwijt raken. Alles wat je nodig hebt als schrijver is er in terug te vinden. Meer is niet nodig, ketent je, vervreemd je.

“I think after a while a writer can begin to know himself through his language. He sees someone or something reflected back at him from these constructions. Over the years it’s possible for a writer to shape himself as a human being through the language he uses. I think written language, fiction, goes that deep.”

“Wittgenstein is the language of outer space, a very precise race of people.”

Een mooie uit een later interview:
“But when I think of my work out in the world, written and published, I like to imagine it’s being read by some stranger somewhere who doesn’t have anyone around him to talk to about books and writing—maybe a would-be writer, maybe a little lonely, who depends on a certain kind of writing to make him feel more comfortable in the world.”

En heel veel heel precieze observaties over zijn boeken waardoor hij zin krijgt om ze allemaal met hernieuwde blik te herlezen. In 1988 over Libra:
“It seems to me, finally, that what this book is about is history and dreams. Dreams meaning all those forces in our lives that are outside history.”

domingo, marzo 18, 2007

50. Einde/Begin Cyclus





af·straf·fen (ov.ww.)
1 (iem.) de nodige straf toedienen
2 profiteren van een fout van de tegenstander
3 PSV – Ajax 1-5

(Ongelofelijk eigenlijk dat het pas de derde keer is dat hij bewust een overwinning in Eindhoven meemaakt. Maar, het moet gezegd worden, dan zijn het ook kunstwerken.)