martes, agosto 15, 2006

28. Saskia Olde Wolbers


Fascinerende tentoonstelling in SMCS samengesteld uit vier video’s van Saskia Olde Wolbers. Wat op het eerste gezicht lijkt op vervolgfilms van Warp’s Artificial Intelligence (1994), vreemde digitale plantwerelden, ronddraaiende aquatische omgevingen blijken dus miniatuur modellen te zijn die in water worden ondergedompeld en waar vervolgens verf doorheen vloeit. Er komt geen computer aan te pas. Dat is op zich al interessant als ambacht, of hoe het digitale kunst simuleert maar wat het echt goed/compleet maakt zijn de subtiele sciencefiction monologen die de droombeelden begeleiden. Zijn favoriet niet heel onverwacht het pseudo-Ballardiaanse Placebo over een liefdesrelatie tussen een vrouw en een fantoomdoktor wiens valse identiteit langzaam wordt ontrafeld. Precies de kunst die hij zoekt.

(tot 24 september 2006 te zien)

viernes, agosto 04, 2006

27. Concurrerende narratieven

Het had iets uit DeLillo’s Underworld, de scène waar ergens begin jaren zeventig de Zapruder film door een groep mensen voor het eerst wordt aangeschouwd, behalve dat we allemaal allang die beelden kennen (de crash in de tweede toren zag hij live gebeuren.) En toch de beelden van 9/11 Eyewitness Hoboken die in De Melkweg te zien waren hadden iets spannends, avontuurlijks…alsof je een wond opnieuw openkrabt. Het geeft hem ook een gevoel van spanning in dat een nieuwe subcultuur wordt betreden, de 9/11 waarheidvinders. Hij probeert een ironische afstandelijkheid te houden maar voelt onvermijdelijk het magnetisme van het samenzweringsdenken.


En het is een verleidelijk narratief met een sleutelrol voor het zogenaamde WTC 7 gebouw dat als een onderliggende rots die wordt weggetrokken een lawine veroorzaakt waardoor het officiële narratief als een kaartenhuis in elkaar stort, die allerlei beelden, gebeurtenissen opnieuw arrangeert, nieuwe betekenissen geeft. Dat herarrangeren geeft een vreemde extase, een koortsig denken, een enthousiaste taal. Geen wonder dan dat het samenzweringsdenken een verslavend denken is, je eist meer connecties, heftigere kicks (en die heftigere kicks worden uiteindelijk het probleem van het denken: het wordt steeds groter, complexer...het denken wordt onnauwkeurig.) Alles wordt fascinerend, de meest afstandelijke chemische experimenten krijgen een antifascistisch potentieel. Het is de meest afschuwelijke, uitdagende, sublieme puzzel ooit, waarbij hij zich heel soms, tussen de kleur van branden, geluidsgolven, te snel bewegende, kankerverwekkende wolken weer realiseert dat de dood van duizenden mensen een abstract probleem is geworden.

martes, agosto 01, 2006

26. Vinden wat je al bezit, zonder dat je het wist

Een vreemde gewaarwording: via Google er achter komen dat je iets bezit waar je op dat moment heel erg behoefte aan hebt. Zo vindt hij een interview met Avital Ronell in een boek dat hij al veertien jaar in bezit heeft, namelijk Angry Women van Re/Search. Hij moet destijds delen van het interview hebben gelezen, of beter gezien zonder ze echt lezen, woorden die niet aankomen, waar geen context voor aanwezig was. Die Re/Search had hij voornamelijk aangeschaft voor het interview met Diamanda Galas waar hij erg door was gefascineerd. Haar daemonische kunst, haar obsessie met ziekte en geweld, met Baudelaire, Pasolini, Coltrane zal hij nooit afvallen, is een noodzakelijke tegenhanger van Ronells sublieme versie van het deconstructivisme waar hij tegenwoordig veel meer sympathie voor voelt.

Een paar mooie citaten:

“That’s why the High-Rising of Illiteracy is a very political problem in America. People are no longer reading, no longer speaking, no longer existing in and as language, no longer enjoying the perversion that an adherence to language always promotes. They’re not being liberated into linguistic spaces that really do produce effects of self-transformation.”

“Language always has a random element, a secret track or rebellious provocation. Language is not beholden to traditional truth value. The fact that there’s a growing desire for illiteracy is also part of a general libidinal political shutdown. And this is never mentioned (to my knowledge): the fact that the 60s was also a reading period with a reading list – actually, a number of (and a proliferation of) reading lists.”

“…I argued that these are co-related; that there can’t be a War on Drugs without a War on Art and in fact a War on every conceivable type of fictional desire –”
Andrea Juno: “A war on dreams, a war on the imagination–”
“—on the productivity of the unconscious. I would say America’s waging a War on the Unconscious…be it South America, or whatever.”

Het soort denker waardoor er misschien nog hoop voor Amerika is. Of moet dat een vraagteken zijn? Angry Women is alweer uit 1991, is misschien de laatste stuiptrekking van een Amerikaanse tegencultuur die worstelt met de eerste oprispingen van neoconservatisme, de eerste Golfoorlog. Maar die perversie van taal, Morrisons fascinatie met het Living Theater, Tim Buckley’s transformatie tot Stem, Pynchon, Dick, Disch, Bangs, DeLillo…het tegenovergestelde van een angst voor het woord, wat is daar mee gebeurd? Woorden zat op internet…maar welk gewicht, welke mate van zelftransformatie bezitten ze nog?

Zonder twijfel zijn hier allerlei structurele, psychologische, esthetische veranderingen mee verbonden. Toevallig leest hij net Samuel Delanys ‘The Tale of Plagues and Carnivals’, een melancholisch en grimmig mengsel van fantasy/rapportage over de begindagen van AIDS in New York en een van de indrukken die het achterlaat is dat een essentieel deel van de creatieve klasse in Amerika in die begindagen al is weggevaagd, een hedonistische/intellectuele energie is verdwenen die een brug had moeten vormen tussen de jaren zestig en de 21ste eeuw.

sábado, julio 22, 2006

25. …here come the planes.

De foto op de voorkant van het Zaterdags Bijvoegsel van het NRC Handelsblad (dood kind…twee jaar? drie jaar oud?…naast uitgebrande auto in Libanon) snijdt door alles heen, richting een besef van kosmisch nihilisme dat hij afstandelijk theoretisch al kende maar nu in al zijn gruwelijkheid ziet: het heeft allemaal geen zin. De naam satanisch niet waard (Lucifer, de imaginaire zondebok voor ons eigen falen, heeft nog stijl en een gevoel van moraal.) Wat door zijn hoofd blijft spoken: “wie dit goedpraat, of het nu uit geopolitieke, zionistische, decadent-onverschillige of militair-technische overtuiging is, is heel eenvoudig een fascist.” Geen discussie nodig.

(na het zien van de foto is hij in een slechte bui maar hij kan en wil het niet uitleggen, dat is immers je naasten infecteren met hetzelfde besef. Dus dan maar schrijven. De blog als digitaal equivalent van het Griekse gebruik (een van Won Kar-Wai's favoriete motieven) om een gat in een boom te maken of kuil te graven aan de oever van een rivier en daar vervolgens je geheim in te fluisteren, waarna het gat wordt afgesloten. Een kleine bevrijding. Alleen wat maakt het de lezer? Een nieuwe boom of riviergeest? Of iets tussen tekst en het digitale in? Het zou ergens aansluiting moeten vinden met een van Ian Penmans recentelijke mijmeringen: "Haunting" as unprocessed information, an excess or - what's the phrase? - overload.)

lunes, julio 10, 2006

24. Boodschap aan toekomstig zelf over het WK2006

Aantekeningen voor de toekomst, zodat niet in een nostalgische bui dit WK wordt opgehemeld. Want het was een matig WK, iets beter dan 2002 maar met teveel slechte arbiters, saai voetbal, een dramatisch gebrek aan goede aanvallers en de vloek van het 4-5-1 systeem.

1. Oranje. Er werd van hem enigszins schertsend verwacht dat hij een essay zou schrijven over Oranje-onder-Balkenende, totdat JP bij de eerste de beste rustdag van het WK de lol van die analyse wegnam. Het wordt bijna te makkelijk. Je kan het zo invullen Oranje als metafoor voor het huidige Nederland: waar werken zonder reflexie het hoogste goed is geworden, waar we “wel normaal met elkaar moeten omgaan”, waar gezocht wordt naar geforceerd en achterhaalde ideeën van gemeenschap, waar saaiheid en degelijkheid een rustgevend gevoel geven, waar op creativiteit wordt neergekeken, waar agressie uit het niets verschijnt, het ontbreken van leiderschap een gevoel van richtingloosheid geeft en waar multiculturalisme wordt genegeerd. Waarom denk je dat ze in zo’n lelijke simulatie van een jaren vijftig shirt speelden? Kortom Nederland heeft een nieuwe jaren zestig/zeventig nodig, al was het maar op voetbalgebied. En hoe zoet is het dan om Frankrijk al multiculturele entiteit, waar niet om wordt gekeken naar een tot de islam bekeerde Ribery (stel je even het gezeik voor als Van Persie hetzelfde zou doen), zichzelf het toernooi in te zien vechten.

2. Spanje. Interessant dat K-punk het continu falen van Engeland analyseert als een soort verslaving aan verlies, want Spanje lijdt hier aan, in een misschien iets edelere, variant. Spanje speelde waarschijnlijk het mooiste en meest aanvallende voetbal van het toernooi en gaat dus weer eens aan schoonheid ten onder. Een pijnlijke observatie aan het begin van de tweede helft van de wedstrijd tegen Frankrijk: een angst sluipt het collectief in en die angst is een angst om te winnen. En toch, de as Casillas – Ramos – Fabregas – Torres kan alleen nog maar groeien en zeker drie toernooien mee. Alleen, wie verhaalt ze de mogelijkheid van een kampioenschap?

3. Brazilië. Je speelt in Nietzsche’s geboorteland. Iemand was ze vergeten te vertellen dat op dit continent God ze niet kan helpen. En de lange arm van de arbiter reikt gelukkig ook niet tot in het oneindige. Zelden moet er zo’n onsympathieke verzameling overhypte voetballers bij elkaar zijn gebracht. Voor Brazilië zijn is iets voor kinderen…en de makkelijkste meelopers die geloven in een mythologisch Brazilië. Een Brazilië waarvan het voetbal een levensfilosofie van onbezorgd genot spiegelt. Maar achter de façade van zondeloze seks, dans, zon en…uhm…modernistische architectuur leeft een wegrottende wereld van AIDS, corruptie en ultrageweld. En dat symboliseert dit Braziliaanse elftal veel beter. Bovendien teren ze al jaren op de schoonheid van het elftal van 1982, sinds het debacle van het WK 1990 spelen de kanaries so-Duitser-dan-Duits.

4. Argentinië – Mexico 2-1. Samen met de halve finale Italië – Duitsland de enige legendarische wedstrijd van het toernooi. Een moordend tempo, twee gelijkwaardige teams met liefde voor de bal, hard maar niet gemeen. Helaas voor Mexico zijn ze voorbestemd om in een zelfde tragische cyclus als Spanje te leven.

5. Riquelme. Fascinerende voetballer. In het bezit van een haast virale traagheid, wanneer hij de bal krijgt vertraagt de realiteit. Naast een prachtige traptechniek in het bezit van een trieste blik, een existentiële laag die maar weinig voetballers nog hebben. Maar het was vorig jaar tijdens de Confederations Cup al duidelijk dat Argentinië niet met Riquelme kampioen zou worden. Alles moet via hem gaan en het vermoeden rijst dat het spel hem eigenlijk niet zoveel interesseert, Riquelme’s relatie tot de bal is een soort bewegende spiegel of vriend en wat heeft winnen, verliezen in zo’n relatie te zoeken? Iedereen zag dat Pekerman in de wedstrijd tegen Duitsland cruciale blunders maakte met de wissels maar wat duidelijk werd is dat toen Riquelme niet meer in het veld stond en niet was vervangen door die andere spelverdeler Aimar, er teveel waterdragers in het veld stonden. Mascherano, Rodriguez en Gonzalez zijn aardige maar saaie voetballers, een door en door conservatieve structuur werd zichtbaar. Argentinië speelde opeens zonder hersens.

6. Pirlo. Pirlo is een ouderwetse Voetballer in de Van Hanegem “snelheid bestaat niet” zin. Kalm, de bal op prachtige wijze meteen onder controle, in het bezit van een heerlijke draaibeweging en pass. Hij heeft iets van een stoner, altijd rustig, verzonken in een eigen denkwereld en met cool lang haar. De halve finale tegen Duitsland was een meesterwerk van intelligent voetbal. Net dat sprankje hoop dat de pessimist nodig heeft.

7. De goal van Grosso. Wat is een favoriet doelpunt? Een mooie knal van afstand, een aanval over veel schijven? Of maakt het moment van scoren ook uit? Als totaalervaring is de 1-0 van Italië in de halve finale zijn favoriete doelpunt van het toernooi. Ja, het zoeken en het passje van Pirlo zijn geniaal, het in een keer met doorzwaaiend been aan de bal een krul geven om de keeper heen net zo, maar het gaat natuurlijk ook om het moment, het scoren van een prachtig doelpunt in de laatste minuut van een verlenging in de halve finale van het WK. Nog mooier wordt het door het juichen van Grosso, een verwijzing naar Tardelli aangevuld met een jongensachtige lach. Essentieel detail. Voor de complete ervaring is het Italiaanse commentaar nodig, dat nog mooier wordt na de 2-0, in wat in Italië inmiddels een legendarisch televisiemoment in wording is: Fabio Caressa en Beppe Bergomi die elkaar geëmotioneerd toeschreeuwen “Si va a Berlino! Andiamo a Berlino, Beppe!!!”

8. Zidane. Keizerlijk. In het totale bewustzijn dat het er niet meer toe doet kon hij eindelijk weer lekker voetballen. Net zo fascinerend als alle aannames, draaibewegingen, passjes waren de beelden van Zidane na een gewonnen wedstrijd, waar hij opeens leek te groeien, een voetbal Boeddha die zichzelf heeft geleegd en dan even…die lachende knipoog.
[schreef hij voor de finale]
Voetbal kent geen gerechtigheid, dat moet hij keer op keer ervaren en weer vergeten, anders is er niets aan. De finale werd door Zidane getransformeerd van een intrigerende, enigszins saaie, wedstrijd in iets uit De Gebroeders Karamazov, Underworld. Zoveel sporen. Napoleons terugkeer en definitieve verbanning (de kleedkamer als Elba, of beter Sint Helena.) Zidane was duidelijk de man van de wedstrijd nadat Frankrijk in de tweede helft de wedstrijd naar zich toe trok, bijna de winnende goal inkopt nadat hij eerst op sublieme wijze de 1-0 van de stip had gescoord. En dan wanneer je het niet meer verwacht wordt hij getroffen op zijn achillespees, niet de fysieke natuurlijk maar de mentale, de held gebeten door de grootste slang in voetbal. Want net als Achilles wordt Zidane achtervolgd door een vurig en onvoorspelbaar temperament. Het resulteert in een bizarre, bewuste zelfdestructie. Onvergetelijk omdat het pijn doet, omdat er een prachtig scenario klaar lag. De “wat als?” vragen steken meteen de kop op (al was het ook ergens een logische uitkomst van een reeks, langzaam, een voor een, vielen de Franse leiders –Viera, Henry- uit.)
Moralisten kunnen natuurlijk weer niet verder kijken dan “een laatste daad die alles tenietdoet”, beseffen niet de kracht, de wond van de tragedie…dit is Zidane, grootste voetballer sinds Platini, brenger van schoonheid. Hem is alles vergeven.

(vijf minuten na publicatie het nieuws dat Zidane tot speler van het toernooi is uitgeroepen. Dan toch een opgelucht gevoel dat er genoeg mensen zijn die in voetbal schoonheid boven moraal verkiezen.)

miércoles, junio 28, 2006

23. L’Année du Football 1980


Een wonderbaarlijke schatkist. Eerder had hij het voetbaljaarboek 1981 Une Saison de Football van Eugene Saccomano 2e hands aangeschaft als studiemateriaal in de shirtqueeste maar het is duidelijk dat de L’Année du Football reeks beter is: veel meer foto’s, meer aandacht voor het internationale voetbal en met essayachtige stukken waar Saccomano meer van de Voetbal International “interviews met bobo’s zijn interessant” school is. Eigenlijk had hij 1980 gekozen om meer van het seizoen 1979-1980 van Saint-Etienne te leren maar wat hij zich al lezende realiseert is dat dit het seizoen van zijn bewustwording van voetbal was, zijn eerste echte wedstrijd in De Meer en naar alle waarschijnlijkheid de eerste Europa Cup finale die hij mocht zien (heel mistig ziet hij doelpunt van Nottingham Forrest tegen HSV in zwart-wit voor zich.)

Het boek begint misschien verrassend met een aantal stukken over de opkomst van Diego Maradona en het doet hem denken aan hoe in die tijd, de komst werd verhaald, hoe lang het duurde (het WK van 1982) voordat we de vooruitgesnelde legende werkelijk konden zien. Iedereen wist dat er genie was geboren in Zuid-Amerika en die informatie kwam lezend tot je. Daarom was de vriendschappelijke wedstrijd (of zelfs de tournee) zo belangrijk, dat waren openbaringen, waar een mysterieuze speler als Zico opeens heel dichtbij kwam. Een tijd waar alles nog niet zichtbaar was, een tijd van magie en helden.



De eerder gestelde vraag waarom Saint-Etienne in dat seizoen geen kampioen wordt met een aanval Zimako – Rep – Rocheteau en nieuwe ster Platini wordt op twee manieren beantwoord: Nantes is een beter collectief en zoals hij eerder had vermoed: Piazza keert terug naar Argentinië en daarmee valt de organisatie van de verdediging weg. Vreemd gevoel: voetbalvragen uit het verleden als logisch vraagstuk.



Wat is nu het magnetisme van het Franse voetbal uit die tijd, behalve de wetenschap dat een aantal van de belangrijkste actoren aanwezig zullen zijn in Sevilla 1982? Het is een bepaalde melancholie, een tristesse, die de voetballer uitstraalt. Op een collectief niveau: het Frans nationale elftal speelt fabuleuze wedstrijden en kwalificeert zich toch niet voor het EK, Saint-Etienne swingt in de UEFA-cup maar laat het weer op een cruciaal moment afweten, zoals Nantes weer dom strandt in de halve finale van Europacup II. En het is geen subjectieve melancholie over een bepaald tijdperk, want spelers van de zo succesvolle en efficiënte Duitse en Engelse ploegen bezitten die kwaliteit totaal niet. Terwijl iemand als João Alves direct lijkt te worden overmand door die melancholie (al helpt het verhaal niet dat net wanneer hij Paris St. Germain nieuw elan schenkt door, zeg dat het niet waar is, Genghini kapot wordt geschopt. Een jaar later keer hij terug naar Portugal.) Het is een stijl, een naïeve cool waarmee je zelden wint. Het is ook een melancholie die eigenlijk niet meer bestaat, die waarschijnlijk is op houden te bestaan met het afscheid van Platini (al zie je soms schaduwen in de bewegingen van Zidane.) In die zin is het Franse voetbal al jaren dood (Les Bleus van tegenwoordig hebben niets te maken met die van de periode 1978-1986. Frankrijk speelt niet meer met Franse voetballers.)

sábado, junio 17, 2006

22. Michelet

“Allereerst moeten wij aan deze man zijn coherentie herstellen. Dat is mijn inzet geweest: om de structuur van een bestaan (zo niet van een leven) te hervinden, een thematiek, zo u wilt, of misschien beter: een georganiseerd netwerk van obsessies.”



Het favoriete boek van Barthes zelf (zijn tweede boek uit 1954, waar hij zijn favoriete auteur, de historicus Jules Michelet, als onderwerp neemt) is elegant opgebouwd: veel illustraties (van Michelet, zijn familie, zijn graf, zijn onderwerpen en zoals altijd bij Barthes: een voorbeeld van het handschrift, een huis waar hij graag verbleef, plekken uit de jeugd), biografische lijsten, brieven, teksten over Michelet en daar tussen steeds Barthes die een thema analyseert afgewisseld met een hoofdstuk dat bestaat uit fragmenten van Michelet die het thema verduidelijken.

Wat ontstaat is een mooie draaiende relatie (dans? symbiose?) tussen Barthes en Michelet, want Barthes dringt zich weliswaar niet op, hij is natuurlijk dan al een te groot schrijver om louter afstandelijk Michelet te analyseren en zo ontstaat een prachtige spanning tussen tijdperken en schrijfstijlen. Aan het eind, brengt Barthes het mooi bij elkaar:

“Wij kunnen Michelet niet op een lineaire manier lezen, wij moeten aan de tekst zijn lagen en zijn netwerk van thema’s teruggeven: de verhandeling van Michelet is een soort cryptogram, wij dienen er een net van te maken, en dit net is de eigenlijke structuur van het werk. Hieruit volgt dat geen lezing van Michelet mogelijk is als deze niet totaal is: wij moeten resoluut onszelf lokaliseren in de sluiting.”

Een groot schrijver en origineel denker, dat is duidelijk na lezing. Puur op zinsniveau (hij schrijft net als Barthes sublieme zinnen) maar ook als verteller, een intense inleving in het persoonlijke door de geschiedenis heen, van de anonieme heks die zoekt naar medicinale kruiden tot de macabere rit van Robbespiere naar de guillotine.